Wie weleens met Google Maps de fiets pakt, kent het wel: de geschatte reistijd blijkt er flink naast te zitten. De ene keer ben je veel sneller binnen, de andere keer doe je er juist langer over. RTL Nieuws dook in de vraag waarom dat zo is.
Eén snelheid voor iedereen
Het belangrijkste punt: Google Maps rekent voor fietsers in grote lijnen met één gemiddelde snelheid. Maar 'de fietser' bestaat niet. Een toerist op een zware stadsfiets is trager dan een doorgewinterde forens, en wie op een e-bike zit, gaat structureel harder dan de app aanneemt. Doordat de app weinig onderscheid maakt, valt de schatting voor de een te ruim en voor de ander juist te krap uit.
Wat de app slecht meeweegt
Daar komt bij dat de werkelijke fietstijd van veel meer afhangt dan alleen de afstand. Tegenwind kan een ritje flink verzwaren, terwijl je met de wind mee zo bent overgewaaid. In de stad kosten verkeerslichten en oversteekplaatsen tijd die in een gemiddelde berekening lastig te vatten is. En Nederland heeft een dicht netwerk van fietspaden en doorgaande fietsroutes dat niet altijd even goed in de schattingen terugkomt.
Het gevolg: een voorspelling die op papier netjes oogt, maar in de praktijk regelmatig naast de werkelijkheid zit.
Beter gericht op de fiets
Voor wie een betrouwbaardere schatting wil, zijn er alternatieven die specifiek op fietsers zijn gebouwd. De Fietsersbond heeft een eigen routeplanner die rekening houdt met fietsinfrastructuur en verschillende voorkeuren, zoals de snelste, de mooiste of de meest verkeersluwe route. Ook andere fietsgerichte apps houden vaak beter rekening met paden en omstandigheden dan een algemene kaart-app.
Vooral een kwestie van gevoel
Tegelijk hoeft het allemaal niet zo nauw. Voor de meeste ritjes is de schatting van Google Maps een prima richtlijn — je weet ongeveer of het tien minuten of een half uur is. Wie het precies wil weten, kent na een paar keer zijn eigen tempo het best. Want of de app nu een paar minuten te optimistisch of te somber is: de fietser weet zelf vaak het beste hoe hard hij of zij trapt.



