Weer een prestigieuze beursnotering gaat aan Amsterdam voorbij. Het nieuwe concern achter bekende Unilever-merken kiest voor Londen, niet voor de Amsterdamse beurs.
Wat er gebeurt
De voedingsdivisie van Unilever fuseert met het Amerikaanse McCormick & Company. Uit die fusie ontstaat een nieuw concern, dat merken maakt die in vrijwel elke Nederlandse keuken staan: Calvé, Cup-a-Soup en Hellmann's-mayonaise. De beursnotering, gepland voor medio 2026, komt in Londen.
Amsterdam grijpt mis
Dat had ook anders kunnen lopen. Lange tijd was er een reële kans dat de tweede beursnotering in Amsterdam zou komen. Dat het toch Londen wordt, past bij het feit dat Unilever zelf ook al in Londen genoteerd staat.
Voor de Amsterdamse beurs is het opnieuw een gemiste kans om een groot, bekend fonds binnen te halen.
Wat Nederland wel houdt
Helemaal met lege handen staat Nederland niet. Het internationale hoofdkantoor van het nieuwe concern komt in Nederland te staan, en het voedselinnovatiecentrum van Unilever blijft in Wageningen gevestigd. De banden met Nederland worden dus niet verbroken, ze verschuiven.
Het contrast met de ijstak is wel opvallend. Die divisie, met een merk als Magnum, kreeg eerder juist zowel het hoofdkantoor als de beursnotering in Amsterdam.
De grotere lijn
Het nieuws past in een langer verhaal over Unilever en Nederland. Ooit een uitgesproken Nederlands-Brits concern, verplaatste Unilever eerder al zijn hoofdkantoor uit Nederland. De keuze voor Londen bij deze nieuwe voedingsreus is daarmee geen incident, maar een volgende stap in een geleidelijke verschuiving van zwaartepunt.
Voor Nederlandse consumenten verandert er in de supermarkt weinig: de potjes Calvé en Hellmann's blijven gewoon in het schap. Maar op de financiële kaart schuift er opnieuw iets op, weg van Amsterdam.



