Het Nederlandse landschap kleurt in rap tempo blauwzwart. De oppervlakte die in beslag wordt genomen door zonneparken is in vijf jaar tijd bijna verviervoudigd — een tastbaar teken van de versnelling in de energietransitie, maar ook van de spanningen die daarmee gepaard gaan.

Van weiland naar zonneveld

Vijf jaar geleden lag er op zo'n 900 hectare Nederlandse grond een zonnepark. Inmiddels is dat areaal gegroeid tot ruim 3.600 hectare, blijkt uit cijfers van het Compendium voor de Leefomgeving, het gezamenlijke kennisplatform van het Planbureau voor de Leefomgeving en het CBS. Ter vergelijking: dat is ruwweg de omvang van het waddeneiland Schiermonnikoog, helemaal volgelegd met panelen.

De groei verliep schoksgewijs maar snel. Vooral rond 2021 en 2022 schoot het aantal grote veldopstellingen omhoog, met in sommige jaren een verdubbeling van het bijgekomen oppervlak.

Vermogen schiet omhoog

De stijging in oppervlakte gaat hand in hand met een explosie van het opgestelde vermogen. Volgens CBS-cijfers groeide het totale Nederlandse zonnevermogen — daken én velden samen — van ruim 7.200 megawattpiek in 2019 naar bijna 28.000 megawattpiek in 2024. Daarmee leverde zonne-energie in 2024 bijna een vijfde van de Nederlandse elektriciteitsproductie, een aandeel dat vijf jaar eerder nog veel kleiner was.

Daarmee hoort Nederland, gemeten naar opgesteld zonvermogen per inwoner, tot de koplopers van Europa.

Discussie over de landbouwgrond

Een fors deel van de zonneparken staat op voormalige landbouwgrond. Dat leidt tot een verhit maatschappelijk debat: gebruiken we de schaarse Nederlandse grond wel verstandig als we er panelen op leggen in plaats van voedsel op verbouwen? Boeren, natuurorganisaties en omwonenden verzetten zich met regelmaat tegen nieuwe zonneweides in het buitengebied.

Het Rijk en de medeoverheden trokken in 2023 een grens. In gezamenlijk beleid werd vastgelegd dat zonneparken op landbouw- en natuurgrond in principe niet langer wenselijk zijn. Volgens die 'zonneladder' moet eerst worden gekeken naar daken, gevels, parkeerplaatsen en braakliggende terreinen; pas als die mogelijkheden zijn uitgeput, komt een veldopstelling in beeld.

Vol net als rem

Naast de ruimtelijke discussie worstelt Nederland met netcongestie. Het stroomnet kan de groeiende stroom uit zonnepanelen op piekmomenten niet altijd verwerken. Netbeheerders beperken daarom soms de teruglevering of schakelen grote zonneparken op zonnige middagen tijdelijk terug — met als wrang gevolg dat de panelen juist op het zonnigste moment niets opleveren.

Experts waarschuwen dat die knelpunten verder kunnen oplopen als de uitbreiding van het hoog- en middenspanningsnet geen gelijke tred houdt met de bouw van nieuwe parken. Lange vergunningsprocedures en een tekort aan technici vertragen die uitbreiding.

De zon blijft groeien

Ondanks de spanningen rond ruimte en netcapaciteit zet de uitrol van zonne-energie door. De vraag is allang niet meer óf Nederland vol zonnepanelen komt te liggen, maar vooral waar en hoe. Het antwoord daarop zal het Nederlandse landschap — letterlijk en figuurlijk — de komende jaren blijven bepalen.