Tien jaar geleden zette het Verenigd Koninkrijk een stap die het land nog altijd vormt. Op 23 juni 2016 koos een krappe meerderheid — bijna 52 procent — voor vertrek uit de Europese Unie. Het verschil met de tegenstemmers bedroeg slechts een paar procentpunten, maar het was genoeg om de koers van het land om te gooien, zo blikt NU.nl terug.

Van referendum tot vertrek

De uitslag was meteen een splijtzwam. Schotland en Noord-Ierland stemden in meerderheid tegen vertrek, terwijl grote delen van Engeland en Wales juist vóór waren. Premier David Cameron, die het referendum had uitgeschreven, trad direct af.

Het daadwerkelijke vertrek liet jaren op zich wachten. Pas op 31 januari 2020 verliet het VK formeel de Unie, gevolgd door een overgangsperiode tot het einde van dat jaar. Eind 2020 sloten Londen en Brussel een handels- en samenwerkingsakkoord dat de nieuwe verhouding moest regelen.

Frictie in de handel

Met dat akkoord was de Brexit niet "klaar". Voor bedrijven betekende het nieuwe douaneformaliteiten, papierwerk en vertraging aan de grens — kosten die voor de EU-uittreding niet bestonden. Economen wijzen er breed op dat de Brexit de Britse economie remt: minder handel met de grootste handelspartner, een deel van de financiële sector dat activiteiten naar EU-steden verplaatste, en een gemiddeld huishouden dat er volgens diverse ramingen op achteruit is gegaan. Over de exacte omvang van die schade lopen de schattingen uiteen, maar dat er een prijs is betaald, betwist vrijwel niemand.

De grens die door zee loopt

Nergens is de complexiteit zo zichtbaar als in Noord-Ierland. Om een harde grens met EU-lid Ierland — en daarmee een bedreiging van de broze vrede — te voorkomen, kwam er feitelijk een controlegrens in de Ierse Zee, tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Voor unionisten voelde dat als een wig tussen hen en de rest van het land. Latere afspraken, zoals het Windsor-kader uit 2023, moesten de scherpste randjes eraf halen, maar het onderwerp blijft gevoelig.

Grip op migratie?

Ook op een ander kernthema pakte het anders uit dan beloofd. "Controle terugnemen" over de eigen grenzen was een van de leuzen van de Leave-campagne, maar de netto-migratie steeg na de Brexit juist naar recordhoogtes. Doordat veel Europese arbeidsmigranten wegbleven, kwamen sectoren als de zorg, de horeca en de land- en tuinbouw juist met personeelstekorten te zitten.

Spijt en stilte

Misschien wel het meest veelzeggend is de stemming onder de Britten zelf. In peilingen duikt steeds vaker "Bregret" op — spijt over de uitkomst. Tegelijk speelde de Brexit bij recente verkiezingen opvallend weinig nog een hoofdrol: het onderwerp gold als "afgehandeld", en de aandacht verschoof naar andere zorgen.

Tien jaar na dato is de balans daarmee dubbel. De Brexit is geen losstaande gebeurtenis gebleken, maar een structurele verandering waarvan het Verenigd Koninkrijk de gevolgen nog dagelijks ondervindt — economisch, politiek en in het zelfbeeld van een land dat nog altijd zoekt naar zijn plek buiten de Unie.