Bij luchtaanvallen van Pakistan op het oosten van Afghanistan zijn bijna dertig mensen om het leven gekomen. Dat melden onder meer de Volkskrant en het Algemeen Dagblad. De aanvallen verergeren de toch al gespannen verhoudingen tussen Pakistan en de Taliban-regering in Kabul.
Tegenstrijdige lezingen
Zoals vaker bij dit soort grensoverschrijdende aanvallen verschillen beide landen sterk van mening over wie er is geraakt. Pakistan stelt doorgaans dat het gericht strijders van de Pakistaanse Taliban (de TTP) aanpakt, die zich op Afghaans grondgebied zouden ophouden. De Afghaanse kant spreekt juist van burgerslachtoffers. Onafhankelijke verificatie van wat er precies is gebeurd, is in het afgelegen grensgebied lastig, en exacte aantallen en de aard van de doelwitten zijn op het moment van schrijven niet onafhankelijk vast te stellen.
Een slepend conflict
De aanvallen passen in een breder, aanhoudend conflict tussen Pakistan en Afghanistan. Sinds de Taliban in 2021 opnieuw de macht in Kabul greep, beschuldigen beide buurlanden elkaar er geregeld van militanten op hun grondgebied te laten opereren. Pakistan kampt met aanslagen van de TTP en houdt Afghanistan medeverantwoordelijk, omdat de groep zich daar zou schuilhouden. Afghanistan ontkent dat en veroordeelt de Pakistaanse aanvallen als een schending van zijn soevereiniteit.
Het gevolg is een vicieuze cirkel van aanvallen en vergeldingen langs de lange, bergachtige grens, waarbij telkens opnieuw burgers in de vuurlinie dreigen te belanden.
Onzekere situatie
Hoe de situatie zich verder ontwikkelt, is onduidelijk. De internationale gemeenschap roept doorgaans op tot terughoudendheid, maar heeft weinig grip op het conflict tussen de twee buurlanden. Dagpost houdt zich bij de bevestigde feiten en werkt dit bericht bij zodra er meer duidelijk is over de toedracht en de slachtoffers.



