Sommige mensen lijken een magneet voor muggen, terwijl anderen er nauwelijks last van hebben. Dat verschil is geen inbeelding: het zit in je adem, je huid en de bacteriën die daarop leven.

Hoe een mug jou vindt

Een mug jaagt niet op goed geluk. Haar opsporingssysteem begint al op afstand bij de kooldioxide (CO₂) die je uitademt. Hoe meer je uitblaast — door inspanning of simpelweg een groter lichaam — hoe sterker het signaal. Dichterbij schakelt ze over op geur: vluchtige stofjes die ontstaan wanneer huidbacteriën je zweet afbreken. Daar zit een groot deel van het verschil tussen mensen. In gecontroleerde proeven landen muggen tot enkele keren vaker op hun 'favoriet' dan op een minder aantrekkelijk persoon. Ook warmte en een vochtige (bezwete) huid maken je beter vindbaar — wie sport, valt dus dubbel op.

Je huidbacteriën doen het werk

Hoe je ruikt voor een mug, wordt grotendeels bepaald door je huidmicrobioom: de bacteriegemeenschap op je huid. Onderzoek wijst erop dat een gevarieerd microbioom muggen eerder afschrikt, terwijl bepaalde bacteriesamenstellingen ze juist aantrekken. Omdat die bacteriën deels erfelijk bepaald zijn, lijkt ook de voorkeur van muggen voor sommige mensen in de familie te zitten.

Mythes: zoet bloed en bloedgroep

Het hardnekkigste verhaal is dat van het 'zoete bloed'. Dat bestaat niet. Vrouwtjesmuggen steken omdat ze eiwitten uit bloed nodig hebben om eitjes te maken; ze kiezen op geur, CO₂ en warmte, niet op smaak, benadrukt het RIVM. Ook het idee dat muggen vooral op bloedgroep O afgaan, is wankel: er is één studie die een klein verschil vond, maar die gebruikte een tropische muggensoort en het effect was beperkt. Voor de muggen in ons klimaat is een rol van bloedgroep niet aangetoond.

Wat wél werkt

Volgens de Consumentenbond zijn er maar een paar middelen die betrouwbaar beschermen:

  • DEET (vanaf 30%) en icaridin/picaridin — de gouden standaard; icaridin is wat zachter voor kleding en kunststof.
  • Citriodiol (PMD) op basis van citroeneucalyptus, mits voldoende geconcentreerd.
  • Lange kleding in de schemering, wanneer muggen het actiefst zijn.
  • Horren en klamboes — simpel maar bewezen effectief.
  • Stilstaand water weghalen uit schotels, regentonnen en vijvertjes: daar leggen muggen hun eitjes.

Wat niet of nauwelijks werkt

Veel populaire 'oplossingen' doen weinig. Vitamine B (bijvoorbeeld B1) helpt niet: grootschalig literatuuronderzoek vond geen effect van ingenomen muggenwerende middelen. Ook knoflook eten levert niets op — de geur is te zwak om je CO₂-spoor te overstemmen. Plantjes als lavendel of munt op het nachtkastje bevatten te weinig werkzame stof, anti-muggenapps met geluid zijn wetenschappelijk niet onderbouwd, en citronellakaarsen werken alleen heel lokaal en bij windstilte.

Kortom

Of je een muggenmagneet bent, hangt vooral af van wat er op en in je huid gebeurt — niet van 'zoet bloed'. Het goede nieuws: met DEET of icaridin op de blote huid, lange kleding bij zonsondergang en geen stilstaand water in de tuin kom je de zomer een stuk rustiger door.