De provincie Noord-Brabant zet een omstreden stap in het stikstofdossier. Ze wil de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders bij kwetsbare natuurgebieden intrekken, meldt de NOS. Het definitieve besluit valt naar verwachting in oktober, maar de betrokken boeren zijn nu al op de hoogte gebracht.
Onder druk van de rechter
De provincie zegt niet uit vrije wil te handelen. De ingreep volgt op een rechterlijke uitspraak in een zaak die milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) aanspande. Die organisatie stelt dat de stikstofuitstoot van veebedrijven de omliggende, beschermde natuur te zwaar belast. Volgens de provincie zijn onderhandelingen tussen haar, MOB en de boeren op niets uitgelopen, waardoor het intrekken van vergunningen als enige overgebleven optie wordt gepresenteerd.
Stikstof, dat vrijkomt uit onder meer mest, slaat neer in natuurgebieden en tast daar kwetsbare planten en dieren aan. Nederland worstelt al jaren met de vraag hoe de uitstoot rond die gebieden omlaag kan, en de rechter houdt de overheid steeds vaker aan haar eigen natuurdoelen.
Woede bij oppositie en boeren
In de Provinciale Staten is de verontwaardiging groot. Vijf partijen, BBB, JA21, CDA, ChristenUnie-SGP en 50Plus, willen een spoeddebat en noemen het plan buiten alle proporties. Zij vinden dat boeren op deze manier onevenredig hard worden geraakt.
Ook vanuit de landbouw klinkt scherpe kritiek. Bestuurslid Angelique Huijben van boerenorganisatie ZLTO noemt het absurd dat ambtelijk wordt voorgesteld de vergunningen zomaar helemaal in te trekken. Voor de betrokken families staat hun bedrijf, vaak al generaties in handen, op het spel.
Wat er nu gebeurt
Met het besluit in oktober in het vooruitzicht hangt de boeren een onzekere periode boven het hoofd. Zij kunnen daarna bezwaar maken en naar de rechter stappen. Tegelijk staat de provincie zelf onder juridische druk om de stikstofneerslag daadwerkelijk terug te brengen. De zaak legt opnieuw het pijnlijke dilemma bloot waar heel Nederland mee worstelt: hoe je de natuur beschermt zonder boerenbedrijven zonder perspectief achter te laten.



