Defensie gaat voorzichtiger om met militaire oefeningen tijdens droge, warme periodes. Na een reeks natuurbranden op of bij oefenterreinen voert de krijgsmacht extra regels in om herhaling te voorkomen. Dat meldt de NOS.
Branden door oefeningen
De aanleiding is concreet. Eerder dit voorjaar ontstonden er branden op militaire oefengebieden, onder meer bij 't Harde. Daar bleek een oefening met springstof de oorzaak: hete deeltjes uit een springkuil zetten de droge omgeving in brand. Het bleef niet bij één incident; op meerdere oefenterreinen ging het mis. Dat maakte duidelijk dat de bestaande voorzorgsmaatregelen onvoldoende waren onder extreem droge omstandigheden.
Wat er verandert
Defensie heeft daarom aanvullende regels opgesteld die gelden zodra het brandgevaar hoog oploopt. De belangrijkste punten:
- Geen vuur bij extreme droogte. Oefeningen met explosieven, open vuur en pyrotechnische middelen (zoals rookpotten) gaan niet door wanneer extreme droogte wordt verwacht.
- Brandweer dichtbij. Bij oefeningen met bepaald, risicovoller materiaal moet bluscapaciteit op korte afstand paraat staan.
- Bevoegdheid om te stoppen. Toezichthouders op de terreinen kunnen een oefening uitstellen of stilleggen als de omstandigheden daarom vragen.
Natuur grenst aan de schietbaan
Het probleem is niet toevallig. Veel militaire oefengebieden liggen in of tegen kwetsbare natuur aan, zoals de droge heide en bossen van de Veluwe. Juist daar kan één vonk bij aanhoudende hitte snel uitgroeien tot een grote brand. En dat risico neemt toe: door klimaatverandering komen hittegolven en lange droge periodes vaker voor, waardoor het natuurbrandgevaar in Nederland structureel hoger wordt.
Balans tussen oefenen en beschermen
Voor Defensie is het schipperen tussen twee belangen. Militairen moeten kunnen blijven trainen om inzetbaar te zijn, zeker in een tijd waarin de krijgsmacht weer opbouwt. Tegelijk wil Defensie voorkomen dat die training ten koste gaat van de omgeving. De nieuwe regels zijn een poging om beide te verenigen: oefenen waar het kan, maar pas op de pauzeknop drukken zodra de natuur te droog en te kwetsbaar wordt. De maatregelen worden gaandeweg geëvalueerd en kunnen worden bijgesteld.



