Het is een mijlpaal die jaren in de maak was: in Nederland verdienen streamingdiensten inmiddels meer dan de traditionele televisie. Voor het eerst is de omzet van diensten als Netflix, Disney+ en Videoland hoger dan die van de klassieke tv. Dat meldt NU.nl.

Het omslagpunt

Streaming is de afgelopen jaren in hoog tempo gegroeid, terwijl de inkomsten uit de gewone televisie juist langzaam dalen. Die twee lijnen hebben elkaar nu gekruist. Volgens Villa Media overschreed de streamingsector vorig jaar voor het eerst de grens van een miljard euro, en op kwartaalbasis kwam streaming begin dit jaar voor het eerst boven de traditionele tv uit. Geen enorme voorsprong nog, maar wel een symbolisch en veelzeggend moment.

Waarom het zo loopt

De oorzaak laat zich raden. Steeds meer mensen — en jongeren voorop — kijken wanneer en waar het hun uitkomt, in plaats van op het tijdstip dat een zender iets uitzendt. Dat 'on demand'-kijken past slecht bij de lineaire televisie en goed bij de streamingdiensten. Tegelijk zegt een groeiend aantal huishoudens het betaalde tv-abonnement op. En de streamers zelf hebben hun verdienmodel verbreed: naast abonnementen halen ze inmiddels ook geld op met reclame, via goedkopere abonnementen mét advertenties.

Wie wint, wie voelt de druk

In de nieuwe verhoudingen is Netflix de grootste speler, met daarachter onder meer Videoland en andere diensten. De keerzijde zit bij de traditionele omroepen en de kabelbedrijven: zij zien zowel kijkers als advertentiegeld weglekken naar de streamingplatforms. Dat zet hun businessmodel onder druk en dwingt tot keuzes — meer online, samenwerken, of inzetten op een specifiek publiek.

Bescherming van Nederlands aanbod

Om te voorkomen dat het Nederlandse aanbod in al dat internationale geweld ondersneeuwt, geldt sinds vorig jaar een verplichting voor de grote streamingdiensten: zij moeten een deel van hun in Nederland behaalde omzet investeren in Nederlandse films en series. Zo probeert de overheid te borgen dat er ook in het streamingtijdperk in Nederlandse producties wordt geïnvesteerd.

Onomkeerbaar

Veel wijst erop dat dit geen tijdelijke uitschieter is, maar een structurele verschuiving. De vraag is niet meer óf streaming de televisie voorbijstreeft, maar hoe groot het verschil wordt — en hoe de traditionele media zich daarop aanpassen. Het Nederlandse medialandschap is, kortom, blijvend veranderd.