Onder Kerkrade ligt een verborgen erfenis van het mijnverleden: tientallen oude mijnschachten die het risico op verzakkingen met zich meebrengen. De gemeente spoort ze op en vult ze met beton om te voorkomen dat de grond onder woningen en straten in beweging komt, meldt de NOS.

Een risico onder de grond

De schachten stammen deels uit de begintijd van de georganiseerde steenkoolwinning, ruim twee eeuwen geleden. Ze werden na gebruik vaak eenvoudig afgedekt en raakten in de loop van de tijd uit beeld. Nu vormen ze zwakke plekken in de ondergrond. Door een schacht op te sporen en vol te storten met een betonmengsel ontstaat weer een stevig geheel dat niet meer kan verschuiven.

Waarom het water een rol speelt

Het risico hangt samen met het na-ijlende effect van de mijnbouw, zoals de gemeente Kerkrade het noemt. Tijdens de mijnbouw werd het grondwater kunstmatig laag gehouden door voortdurend water weg te pompen. Nadat de Nederlandse steenkoolmijnen in de jaren zeventig sloten, stopte dat pompen en steeg het mijnwater weer. Die veranderende waterstanden kunnen bijdragen aan bodembeweging en zogeheten mijnschade aan gebouwen: scheuren, verzakkingen en schade aan funderingen.

Speurwerk met oude kaarten

Het opsporen van de schachten is een klus op zich. Met historische kaarten en metingen wordt geprobeerd te achterhalen waar ze precies liggen. Dat is niet altijd eenvoudig, omdat sommige schachten onder of vlak bij bestaande bebouwing liggen. Per schacht kost het vullen enkele maanden.

Een erfenis van eeuwen mijnbouw

Zuid-Limburg was lange tijd het mijnbouwhart van Nederland. In en rond Kerkrade werd al heel vroeg steenkool gewonnen; op het hoogtepunt draaide de streek volledig op de mijnen. Toen de mijnen sloten, verdween de bedrijvigheid, maar de sporen in de ondergrond bleven. De huidige saneringen zijn daarvan een direct gevolg: een langlopende operatie om de veiligheid boven de grond te waarborgen.