Moet de luchtvaart eindelijk gaan betalen voor de CO2 die ze op lange vluchten uitstoot? Die vraag ligt op het bordje van EU-klimaatcommissaris Wopke Hoekstra, die het zelf een hoofdpijndossier noemt. De Europese Commissie komt vrijdag met een voorstel, meldt de NOS.
Hoe het nu geregeld is
De EU laat luchtvaartmaatschappijen al betalen voor hun uitstoot, maar alleen voor vluchten binnen Europa en het Europese luchtruim. Intercontinentale vluchten, bijvoorbeeld van Amsterdam naar New York of Singapore, vallen buiten dat systeem. Juist daar zit het grootste deel van de uitstoot: volgens milieuorganisatie Transport & Environment komt ongeveer twee derde van de Europese luchtvaartuitstoot van dat soort lange vluchten.
De vrijstelling was ooit bedoeld als tijdelijk, in afwachting van een wereldwijde afspraak. Die is er nog altijd niet in stevige vorm, waardoor de discussie nu terugkeert.
Wat er op tafel ligt
De Commissie moet kiezen of ze het Europese emissiehandelssysteem uitbreidt naar vertrekkende intercontinentale vluchten. Dat zou betekenen dat maatschappijen ook voor die kilometers een prijs voor hun uitstoot betalen. Een besproken tussenweg is om alleen het deel van de vlucht dat door het Europese luchtruim gaat mee te tellen, in plaats van de hele route.
Twee kampen
De luchtvaartsector waarschuwt voor de gevolgen. Belangenclub Airlines for Europe vreest dat Europese maatschappijen op achterstand komen ten opzichte van concurrenten van buiten de EU, en dat reizigers zullen uitwijken naar overstaphubs buiten Europa. Extra kosten, zo klinkt het, worden onvermijdelijk doorberekend aan de passagier.
Milieuorganisaties zien dat anders. Zij wijzen erop dat kerosine internationaal nauwelijks wordt belast, terwijl autobrandstof voor een groot deel uit belasting bestaat. Zonder een echte prijs voor uitstoot, betogen zij, komt de vergroening van de luchtvaart niet op gang en blijft de sector achter bij andere sectoren die hun uitstoot wél moeten afkopen.
Schipperen
Voor Hoekstra is het balanceren tussen de klimaatdoelen van de EU en de zorgen over de concurrentiepositie en de diplomatieke gevoeligheden, onder meer richting de Verenigde Staten. Het voorstel van vrijdag is bovendien pas het begin: daarna moeten de EU-landen en het Europees Parlement het er nog over eens worden. Een snelle uitkomst is dus niet te verwachten.



