Vandaag is het 11 juli, de dag waarop de val van Srebrenica wordt herdacht. Het is nu eenendertig jaar geleden dat zich in Oost-Bosnië een van de zwartste bladzijden van de recente Europese geschiedenis voltrok.
Wat er in 1995 gebeurde
Op 11 juli 1995 namen Bosnisch-Servische troepen onder generaal Ratko Mladić de enclave Srebrenica in. Die was door de Verenigde Naties uitgeroepen tot "safe area", een veilig gebied waar de burgerbevolking bescherming zou vinden. In de dagen daarna werden ruim achtduizend moslimmannen en -jongens vermoord. Internationale tribunalen hebben die massamoord erkend als genocide, de eerste die na de Tweede Wereldoorlog juridisch als zodanig in Europa is vastgesteld.
De rol van Dutchbat
Voor Nederland heeft de herdenking een extra, pijnlijke laag. In de enclave was het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat gelegerd, enkele honderden lichtbewapende militairen die de bevolking moesten beschermen. Zij waren gebonden aan strikte VN-regels en konden tegen de veel sterkere Servische troepen weinig uitrichten. De onmacht van dat moment werkt tot op de dag van vandaag door, zowel bij de nabestaanden als bij de veteranen die erbij waren.
Herdenken in Den Haag en Potočari
De genocide wordt jaarlijks op 11 juli herdacht, in Nederland en in Bosnië. In Den Haag komen nabestaanden, overlevenden en bestuurders bijeen. In Potočari, bij Srebrenica, worden op de begraafplaats van het herdenkingscentrum ieder jaar opnieuw slachtoffers herbegraven, naarmate stoffelijke resten worden geïdentificeerd. Zo krijgt het verdriet telkens opnieuw een gezicht.
Recht en herinnering
De hoofdverantwoordelijken zijn na jaren berecht: Ratko Mladić en de politieke leider Radovan Karadžić werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen. In 2024 riepen de Verenigde Naties 11 juli uit tot internationale herdenkingsdag van de genocide van Srebrenica. De herdenking van vandaag onderstreept waar het bij al die momenten om draait: dat wat hier gebeurde niet vergeten mag worden, en dat de namen van de slachtoffers blijven klinken.



