Voor de meeste kinderen betekent de zomervakantie zorgeloos weg zijn, maar voor een kleine groep meisjes brengt juist deze periode een verhoogd risico met zich mee. In de vakantiemaanden neemt de kans op meisjesbesnijdenis toe, waarschuwen hulporganisaties, meldt de NOS.
Waarom juist de zomer
De reden zit in de reizen die veel gezinnen in de zomer maken. Sommige families gaan enkele weken naar hun land van herkomst, en daar kan een meisje worden besneden, ook wel vrouwelijke genitale verminking (VGV) genoemd. In een aantal landen behoort die praktijk voor delen van de bevolking nog tot de traditie. De lange schoolvakantie biedt bovendien tijd om te 'herstellen' voordat een kind weer naar school gaat, wat de zomer tot de risicovolste periode maakt.
Meisjesbesnijdenis is ingrijpend en schadelijk. De ingreep kan leiden tot ernstige lichamelijke klachten, van bloedingen en infecties tot problemen op latere leeftijd, en tot blijvend psychisch leed. In Nederland is VGV strafbaar, ook wanneer een kind daarvoor naar het buitenland wordt gebracht.
Ruim 2.600 meisjes lopen risico
Hoeveel meisjes het precies betreft, is moeilijk vast te stellen, juist omdat het vaak in het buitenland en in stilte gebeurt. Kenniscentrum Pharos schat dat ruim 2.600 in Nederland wonende meisjes de komende jaren een reeel risico lopen, met name bij een reis naar een land waar VGV voorkomt.
Wat er nu al gebeurt
Rond de vakantieperiode zetten scholen, de jeugdgezondheidszorg en de GGD zich in om risico's te signaleren en het gesprek aan te gaan met ouders en meisjes. Een belangrijk hulpmiddel is de 'Verklaring tegen meisjesbesnijdenis', een document dat in verschillende talen beschikbaar is. Ouders kunnen dat mee op reis nemen en aan familieleden laten zien, om duidelijk te maken dat de ingreep in Nederland verboden is en welke gezondheidsrisico's eraan kleven.
Professionals in de jeugdgezondheidszorg werken bovendien met een richtlijn om signalen te herkennen en de praktijk bespreekbaar te maken bij gezinnen uit risicolanden.
De roep om meer
Toch vinden hulporganisaties dat het beter kan. Ze pleiten voor beter geschoolde professionals die signalen op tijd oppikken, voor nauwere samenwerking tussen scholen, jeugdgezondheidszorg en kinderbescherming, en voor meer voorlichting binnen de betrokken gemeenschappen zelf, bij voorkeur via mensen die daar vertrouwd zijn. Straf alleen is niet genoeg, benadrukken deskundigen: voorkomen begint bij bewustwording, uitleg en vertrouwen, en juist in de weken voor de vakantie valt daar veel te winnen.



