De Europese Commissie wil grote bedrijven die in de Europese Unie actief zijn voortaan een vaste jaarlijkse bijdrage aan de EU-begroting laten betalen. Het plan, dat de naam Corporate Resource for Europe (CORE) draagt, moet volgens Brussel jaarlijks enkele miljarden euro's opleveren. Het voorstel maakt deel uit van het pakket aan nieuwe 'eigen middelen' waarmee de Commissie het volgende meerjarige EU-budget voor de periode 2028-2034 wil financieren.
Wat het plan inhoudt
Volgens Tax Foundation Europe gaat het om een forfaitaire heffing die wordt bepaald op basis van de netto-omzet van een onderneming, en niet op basis van de winst. Bedrijven met een netto-omzet van minder dan 100 miljoen euro vallen buiten de regeling. Daarboven gelden vaste bedragen in staffels: van 100.000 euro voor de kleinste groep tot 750.000 euro voor de allergrootste ondernemingen. De heffing zou gelden voor zowel Europese bedrijven als voor vestigingen van niet-Europese concerns binnen de EU.
De Commissie schat dat CORE jaarlijks ongeveer 6,8 miljard euro kan opbrengen, blijkt uit een analyse van EY. Samen met aanpassingen van bestaande inkomstenbronnen zou het hele pakket aan nieuwe 'eigen middelen' rond de 58 miljard euro per jaar moeten opleveren.
Waarom Brussel meer geld zoekt
De behoefte aan nieuwe inkomsten heeft alles te maken met de financiële erfenis van de coronacrisis. De EU moet vanaf het einde van 2026 beginnen met het aflossen van de gezamenlijke schulden die zijn aangegaan onder het herstelfonds NextGenerationEU. Het gaat daarbij om miljarden per jaar aan aflossingen, bovenop de ambities op het gebied van defensie, energie en concurrentievermogen. Nieuwe inkomstenbronnen moeten voorkomen dat lidstaten hun afdrachten fors moeten verhogen.
Bedrijfsleven en lidstaten in het verweer
Het voorstel ligt politiek uiterst gevoelig. Onderzoekers van denktank Bruegel waarschuwen dat een heffing op omzet in plaats van winst oneerlijk uitpakt voor sectoren met lage marges en bovendien regressief werkt: kleinere bedrijven dragen relatief zwaarder bij dan de grootste. Volgens hen kan dat tot hogere consumentenprijzen en minder concurrentie leiden.
Ook grote lidstaten verzetten zich. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz wees belasting op bedrijven door de EU resoluut af. Nettobetalers als Duitsland en Nederland vinden bovendien dat het voorgestelde uitgavenplafond van de Commissie sowieso te hoog ligt. Het bedrijfsleven vreest dat de heffing investeringen in Europa zal afremmen.
Lange weg te gaan
Dat het plan er ook daadwerkelijk komt, is allerminst zeker. Voor besluiten over belastingen en eigen middelen geldt in de EU het vereiste van unanimiteit: alle 27 lidstaten moeten instemmen, en het Europees Parlement moet worden geraadpleegd. Eén tegenstem volstaat om het voorstel te blokkeren. Gezien de openlijke weerstand van onder meer Berlijn lijkt de heffing in haar huidige vorm voorlopig nog ver weg. De onderhandelingen over het volledige EU-budget, dat richting de twee biljoen euro gaat, beloven sowieso lang en moeizaam te worden.



