De Duitse minister van Defensie Boris Pistorius beëindigt het prestigeproject voor zes F126-fregatten dat in 2020 werd gegund aan de Nederlandse scheepsbouwer Damen. Dat melden NOS en internationale media. Het gaat om wat in Duitsland werd omschreven als het grootste marineproject uit de Duitse geschiedenis: zes zwaarbewapende fregatten van ongeveer 166 meter lang met een waterverplaatsing van zo'n 10.000 ton.

Waarom Duitsland eruit stapt

Het Duitse ministerie van Defensie noemt als reden "aanzienlijke vertragingen, enorme kostenstijgingen en onafzienbare risico's". Damen had laten weten dat de schepen niet binnen de afgesproken tijd en het afgesproken budget konden worden geleverd, schrijft Defense News. Het project liep jarenlang vast door softwareproblemen, technische tegenvallers en moeizame communicatie tussen Damen en de Duitse autoriteiten. Het eerste fregat had in 2028 geleverd moeten worden, maar die datum bleek al snel onhaalbaar.

De kosten liepen fors op. Volgens Euronews was inmiddels al ongeveer 2,3 miljard euro uitgegeven aan ontwerp, software, bouw en betalingen aan leveranciers. Onderhandelingen over voortzetting — waarbij de Duitse werf Lürssen de bouw zou overnemen — kwamen uit op zo'n 15 miljard euro voor zes schepen; inclusief het reeds verrichte werk zou de totale rekening boven de 18 miljard euro zijn uitgekomen.

Goedkoper alternatief van eigen bodem

In plaats van de zes F126-fregatten wil Pistorius nu acht kleinere fregatten van het type MEKO laten bouwen door het Duitse ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS). De eerste vier schepen kosten naar verwachting ongeveer 6,3 miljard euro, met een optie op vier extra schepen voor circa 5,3 miljard euro. Daarmee kiest Berlijn voor een aanzienlijk goedkoper alternatief van eigen bodem, dat bovendien sneller leverbaar zou zijn.

De gevolgen op de beurs waren direct zichtbaar. Het aandeel van het Duitse defensieconcern Rheinmetall, dat een hoofdrol bij het F126-project ambieerde, kelderde ruim 14 procent, terwijl TKMS juist met bijna 10 procent steeg, meldt Investing.com.

Klap voor Damen en de Nederlandse sector

Voor Damen, gevestigd in Gorinchem, is het besluit een gevoelige klap. De werf vernam de Duitse beslissing naar eigen zeggen via de media en liet weten zich te "beraden" op vervolgstappen. Het bedrijf verkeert al langer in zwaar weer en kreeg eerder Nederlandse staatssteun aangeboden om het fregattenproject vlot te trekken.

De Nederlandse overheid reageert behoedzaam. Het ministerie van Defensie zegt te gaan onderzoeken "wat de mogelijke gevolgen zijn voor Nederland" en benadrukt dat Damen "een belangrijke leverancier is en blijft voor de Koninklijke Marine". Het verlies van een order van deze omvang raakt niet alleen Damen, maar de bredere Nederlandse maritieme maakindustrie, die juist hoopte met grote exportorders haar positie in Europa te versterken.