In Duitsland is een verhit debat ontstaan over de vraag hoe lang mensen moeten doorwerken. De aanleiding: een reeks oproepen om de pensioenleeftijd flink te verhogen, in een land dat kampt met vergrijzing, een stagnerende economie en een pensioenstelsel dat onder druk staat. Belangrijk om te benadrukken: het gaat vooralsnog om voorstellen en oproepen, niet om besloten beleid.

Minister oppert pensioen op 70

De meest opvallende stem is die van economieminister Katharina Reiche (CDU). Zij stelt dat Duitsers meer en langer moeten werken, desnoods tot hun zeventigste. Het is volgens haar op lange termijn onhoudbaar dat mensen "een derde van hun volwassen leven" met pensioen doorbrengen, aldus berichtgeving over haar uitspraken. Haar uitspraken zijn nadrukkelijk een oproep, geen wetsvoorstel. De huidige wettelijke pensioenleeftijd in Duitsland stijgt stapsgewijs naar 67 jaar en geldt volledig voor wie vanaf 1964 is geboren.

Adviesraad gaat verder: 73 jaar in 2060

Nog ingrijpender is een rapport van de wetenschappelijke adviesraad van het Duitse ministerie van Economische Zaken, gepresenteerd in oktober 2025. Die raad adviseert om de pensioenleeftijd geleidelijk te verhogen tot 73 jaar in 2060, om te voorkomen dat het stelsel onbetaalbaar wordt, meldt IPE. De kern van het advies is niet zozeer een vast getal, maar een koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting. Denemarken dient als voorbeeld: dat land verbindt de pensioenleeftijd sinds 2006 automatisch aan hoe oud mensen gemiddeld worden. De raad heeft uitsluitend een adviserende functie en bindt de regering tot niets.

Nog lang geen beleid

Nieuwsdienst dpa benadrukt in een factcheck dat het "veel te voorbarig" is om dit als regeringsbeslissing voor te stellen. De Duitse pensioenleeftijd blijft voorlopig 67 jaar. Bondskanselier Friedrich Merz waarschuwde wel dat zonder hervormingen een financiële crisis dreigt, maar een formele verhoging van de pensioenleeftijd is niet besloten.

Felle weerstand

De voorstellen stuiten op brede tegenstand. Vakbond Verdi spreekt van een "totale minachting voor de levensprestatie" van betrokken werknemers. De linkse partij Die Linke hekelt dat mensen "nog langer, nog meer" zouden moeten werken. Ook binnen de regeringscoalitie en zelfs binnen Reiches eigen CDU klinkt kritiek over een ongecoördineerd plan, met verwijzing naar het hoge aantal deeltijdbanen en de toch al stijgende pensioenleeftijd.

Wat betekent dit voor Nederland?

Voor Nederlandse lezers is het Duitse debat herkenbaar. In Nederland is de AOW-leeftijd al sinds jaren gekoppeld aan de levensverwachting — precies het mechanisme dat Duitse economen nu bepleiten. In 2026 ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar. Voor elke 4,5 maand dat Nederlanders naar verwachting langer leven, stijgt de AOW-leeftijd automatisch met drie maanden. Die koppeling kan ook de andere kant op werken: op basis van recente CBS-prognoses is besloten de AOW-leeftijd in 2031 niet verder te laten stijgen, maar op 67 jaar en drie maanden te houden. Waar Duitsland nog worstelt met de vraag óf het de levensverwachting wil volgen, heeft Nederland dat systeem dus al.