Ze zijn klein, elektrisch en handig in de drukke stad: microcars, ook wel brommobielen genoemd, zoals de populaire Citroën Ami. Maar met hun opmars groeit ook een probleem. Uit onderzoek blijkt dat bijna de helft van de Amsterdamse bestuurders de verkeersregels voor deze voertuigen niet kent.

Auto, maar dan net niet

Een brommobiel lijkt op een piepkleine auto, maar valt juridisch in een aparte categorie. Veel bestuurders gaan er ten onrechte van uit dat dezelfde regels gelden als voor een gewone auto, of juist voor een scooter. Dat misverstand zit aan de basis van veel onduidelijkheid op de weg.

Wat de regels wél zijn

Voor een brommobiel gelden duidelijke voorschriften. Je moet minimaal zestien jaar zijn en beschikken over minstens een bromfietsrijbewijs (AM), al voldoet een gewoon autorijbewijs ook. Het voertuig mag niet harder dan 45 kilometer per uur en is te herkennen aan een gele kentekenplaat. Belangrijk: een brommobiel hoort op de rijbaan, tussen het overige verkeer, en niet op het fietspad.

Risico voor fietser en voetganger

Juist dat laatste punt zorgt voor gevaar. Bestuurders die niet weten dat ze op de rijbaan moeten rijden, belanden soms op het fietspad, waar ze tussen fietsers en voetgangers terechtkomen. In een stad als Amsterdam, met drukke fietsstromen, is dat een risico. De onbekendheid met de regels vertaalt zich zo direct in onveilige situaties.

Beter voorlichten

De oplossing zit deels in betere voorlichting, al bij de aanschaf van zo'n voertuig. Wie een brommobiel koopt, krijgt lang niet altijd duidelijke informatie over wat wel en niet mag. Voor bestuurders geldt intussen een simpel advies: verdiep je in de regels vóór je de weg op gaat. De eigen veiligheid, en die van anderen om je heen, hangt ervan af.