De Nederlandse pleegzorg kampt met een groeiend tekort. Er zijn minder pleeggezinnen, en ook de belangstelling om pleegouder te worden loopt terug. Dat meldt NU.nl. Het gevolg: kinderen die niet thuis kunnen wonen, moeten langer wachten op een geschikte plek.

Meer eraf dan erbij

Het probleem zit hem vooral in de balans. Er stoppen meer pleegouders dan er nieuwe bij komen, terwijl de vraag onverminderd hoog is. Volgens Pleegzorg Nederland zijn er jaarlijks duizenden nieuwe pleegouders nodig om aan de vraag te voldoen — een aantal dat met de huidige werving bij lange na niet wordt gehaald. Het aantal kinderen dat op dit moment wacht op een plek in een pleeggezin, loopt in de honderden.

Kinderen tussen wal en schip

De gevolgen raken juist de meest kwetsbare kinderen. Wie niet in een pleeggezin terechtkan, belandt vaker in een zwaardere of duurdere vorm van opvang, zoals een gezinshuis of een instelling. Dat gebeurt niet omdat het beter voor het kind is, maar omdat er geen alternatief is. En zo'n plek biedt vaak minder van de rust en persoonlijke aandacht die een gezin wél kan geven. Bovendien groeien de wachtlijsten, waardoor kinderen soms maanden in onzekerheid zitten.

Waarom pleegouders afhaken

Dat mensen stoppen, is niet onbegrijpelijk. Pleegouderschap is zwaar: het vraagt geduld, veerkracht en flexibiliteit, zeker nu pleegkinderen vaker complexe achtergronden en gedragsproblemen hebben. De vergoeding dekt lang niet altijd de werkelijke kosten, en de ondersteuning die pleegouders krijgen, schiet naar hun gevoel regelmatig tekort. Daar komt bij dat een deel van de huidige pleegouders ouder wordt, terwijl er te weinig jongere mensen instromen om hen op te volgen.

Werven is niet genoeg

Pleegzorgorganisaties proberen het tij te keren met wervingscampagnes, die nadrukkelijk ook alleenstaanden en stellen van allerlei samenstelling aanspreken. Maar campagnes alleen lijken onvoldoende. Deskundigen pleiten voor structurelere oplossingen: betere begeleiding, een eerlijker vergoeding en meer ruimte op het werk om pleegouderschap te combineren met een baan.

Zonder zulke verbeteringen dreigt het tekort verder op te lopen — en daarmee het risico dat steeds meer kinderen zonder de stabiele gezinsplek opgroeien die ze juist zo hard nodig hebben.