Het kabinet trekt een streep door een praktijk die de vleessector al jaren in een kwaad daglicht stelt. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt met een verbod op het inhuren van uitzendkrachten in de sector. Vanaf halverwege 2028 mogen slachthuizen en vleesverwerkers geen tijdelijke arbeidskrachten meer via uitzendbureaus inhuren. Dat meldt NOS.
Waarom het verbod er komt
De aanleiding is een reeks hardnekkige misstanden. In de vleesindustrie werken veel arbeidsmigranten, en over hun behandeling klinken al jaren zware klachten: onderbetaling, meer uren draaien dan afgesproken, erbarmelijke huisvesting, onveilige werkomstandigheden en zelfs intimidatie en geweld. Volgens het kabinet zijn de kwetsbaarheid van deze werknemers en het gemak waarmee zij via uitzendconstructies inzetbaar zijn, nauw met elkaar verbonden.
Het is niet dat er niet is gepraat. Sinds 2010 zijn er volgens de berichtgeving tientallen gesprekken met de sector gevoerd — de teller staat op zo'n 29 — zonder dat dit tot de noodzakelijke verbetering leidde. Het geduld van het kabinet is daarmee op.
Ultimatum verlopen
Voordat het tot een verbod kwam, kreeg de sector nog een laatste kans. Minister Vijlbrief eiste dat de branche vóór 15 juni zou aantonen dat er echt werk werd gemaakt van verbetering. Die deadline is verstreken zonder overtuigend resultaat. Daarmee kiest het kabinet nu voor de harde route: geen vrijblijvende afspraken meer, maar een wettelijk verbod.
Volgens de plannen mag er straks helemaal geen tijdelijk personeel meer via uitzendbureaus worden ingehuurd. Bedrijven worden zo gedwongen mensen in vaste(re) dienst te nemen, wat werknemers meer rechten en bescherming geeft — en hen minder afhankelijk maakt van het bureau dat hen uitzendt.
Wat het betekent voor de sector
Voor de vleesindustrie is het een ingrijpende koerswijziging. Uitzendkrachten vormen in veel bedrijven een flexibele schil die snel op- en afgeschaald kan worden. Die flexibiliteit valt straks weg, en dat zal de sector dwingen zijn personeelsbeleid te herzien. De branche wijst daarbij op mogelijke gevolgen voor de kosten.
Tegelijk krijgt de sector de tijd: het verbod gaat pas over ongeveer twee jaar in, halverwege 2028. Die overgangsperiode moet bedrijven de ruimte geven om hun bedrijfsvoering aan te passen en meer mensen in vaste dienst te nemen.
Een principiële keuze
Met deze stap kiest het kabinet er nadrukkelijk voor de bescherming van kwetsbare werknemers zwaarder te laten wegen dan de flexibiliteit van werkgevers. Vakbonden dringen al langer aan op zulke maatregelen en wijzen erop dat het buitenland op onderdelen strenger is.
Voor de arbeidsmigranten die de vleesindustrie draaiende houden, kan het verbod een keerpunt betekenen. Of het de misstanden echt uitbant, zal moeten blijken — maar het signaal is duidelijk: de tijd van vrijblijvende beloften is voorbij.



