Wat gebeurt er als de waakhond voor kinderrechten aan de bel trekt, maar niemand opneemt? Die vraag dringt zich op bij het werk van de Kinderombudsman, die signaleert dat het kabinet brieven en rapporten over kinderrechten regelmatig onbeantwoord laat.
De waakhond voor kinderrechten
De Kinderombudsman, in de persoon van Margrite Kalverboer, komt naar eigen omschrijving in actie "als er iets niet goed gaat met de rechten van kinderen in Nederland". Die actie bestaat vaak uit brieven en rapporten aan ministers. Maar herhaaldelijk blijven die zonder reactie — een patroon dat volgens de ombudsman al jaren terugkeert.
Jaarverslag: kinderen niet op het netvlies
Het jaarverslag over 2024, aangeboden aan de Tweede Kamer, trekt opnieuw aan de bel. De kernconclusie: de rechten en belangen van kinderen staan nog te vaak niet op het netvlies van wetgevers, beleidsmakers en uitvoerders. In 2024 ontving de Kinderombudsman ruim 1.800 verzoeken om hulp — over onderwijs, jeugdzorg, omgangsrecht, armoede en familierecht.
Samen met de Nationale Ombudsman waarschuwde de Kinderombudsman dat signalen uit de samenleving en de uitvoering te vaak niet worden gehoord. Als die worden genegeerd, betaalt uiteindelijk de burger — en in dit geval het kind — de prijs.
Asielkinderen: wetten zonder toets
Een van de meest urgente kwesties betreft asielkinderen. In een brief aan de Eerste Kamer waarschuwden de Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman dat nieuwe asielwetten zijn ingevoerd zonder dat er een kinderrechtentoets is uitgevoerd — volgens hen in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag.
De situatie op de grond baart zorgen. Het aantal kinderen dat verblijft in noodopvang, plekken die niet geschikt zijn voor langdurig verblijf, is de afgelopen jaren fors gestegen, ondanks de belofte van het kabinet die opvang af te bouwen. Ook het aantal klachten over de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) liep op.
Jeugdzorg: kinderen durven niet te klagen
Ook over de jeugdzorg sloeg de Kinderombudsman alarm. Een rapport over het klachtrecht in de residentiële jeugdhulp — met de veelzeggende titel dat kinderen "gewoon niet durven" te klagen — leidde tot een formele kabinetsreactie. Veelzeggend is wel dat die reactie er pas kwam nadat de Kamercommissie er expliciet om vroeg. Precies dat is het patroon dat de ombudsman aankaart: het kabinet reageert vaak pas onder politieke druk, niet uit zichzelf.
Geen afdwingbare macht
De kern van het probleem is dat de Kinderombudsman geen juridische bevoegdheid heeft om naleving af te dwingen. Zij kan adviseren, rapporteren en waarschuwen — maar niet meer dan dat. Negeert het kabinet haar signalen, dan staat zij met lege handen. En achter elk onbeantwoord signaal, benadrukt de ombudsman, schuilen concrete kinderen die wachten op de bescherming waar ze recht op hebben.



