Het vertrouwde, grote stembiljet dat je in het stemhokje bijna niet uitgevouwen krijgt, gaat op de schop. Het kabinet wil vanaf 2029 een kleiner en overzichtelijker biljet invoeren. Maar dat plan stuit op verzet: ruim honderd fractievoorzitters van lokale partijen hebben er bezwaar tegen gemaakt, meldt de NOS.
Alleen logo's en nummers
Het idee achter het kleine stembiljet is dat het handzamer wordt en makkelijker te tellen. Op het nieuwe biljet staan geen volledige kandidatenlijsten meer met alle namen, maar alleen de logo's van de partijen en nummers. Wie op een specifieke kandidaat wil stemmen, zoekt het bijbehorende nummer op via een aparte lijst die in het stemlokaal beschikbaar is, en vult dat nummer in.
Voorstanders wijzen op de praktische winst. Het reusachtige biljet, dat bij verkiezingen met veel partijen soms de afmetingen van een tafellaken heeft, is lastig te hanteren en tijdrovend om met de hand te tellen. Een compacter biljet zou dat proces sneller en eenvoudiger maken.
'In Nederland stem je op een persoon'
Juist op dat punt zit de pijn voor de lokale partijen. Zij vrezen dat de kiezer met het nieuwe systeem in de eerste plaats een partij aankruist, en pas met een extra handeling een individuele kandidaat kan kiezen. Daarmee zou de aandacht verschuiven van de persoon naar het partijlogo.
"In Nederland stem je op een persoon, niet op een partij", vat Tjeu Berlijn van de lokale partij Hart voor Medemblik het bezwaar samen. Met het nieuwe biljet, zo stelt hij, "moet je extra moeite doen om een persoon te kiezen". Voor lokale partijen is dat een principieel punt: hun raadskandidaten zijn vaak bekende gezichten uit de gemeenschap, en juist die persoonlijke band met de kiezer dreigt volgens hen ondergesneeuwd te raken.
Zorg over de gevolgen
De fractievoorzitters vinden dat het voorstel raakt aan een kernbeginsel van het Nederlandse kiesstelsel, dat traditioneel op personen is gericht. Zij vragen het kabinet om aanpassingen, of om het kleine biljet in elk geval niet zonder meer bij de gemeenteraadsverkiezingen te gebruiken.
Het risico dat kiezers per ongeluk een verkeerd of niet-bestaand nummer invullen, wordt daarbij als aandachtspunt genoemd: waar namen herkenbaar zijn, is een kaal nummer dat minder. Voor de tegenstanders is dat een extra reden om te twijfelen of de tijdwinst bij het tellen wel opweegt tegen wat er verloren gaat.
Hoe nu verder
Het kabinet houdt vooralsnog vast aan de invoering vanaf 2029. De komende tijd zal moeten blijken of het de bezwaren van de lokale partijen verwerkt in het ontwerp, of dat het plan ongewijzigd doorgaat. Voor de lokale partijen staat er in hun ogen veel op het spel: niets minder dan de manier waarop de kiezer zijn vertegenwoordiger kiest.



