Nederland heeft de afgelopen jaren zijn energie-import flink verlegd. Weg van Rusland — maar wel richting een nieuwe grote leverancier: de Verenigde Staten. Dat blijkt uit cijfers van het CBS, waarover ook NU.nl bericht.

Rusland eruit

De omslag is fors. Waar Rusland in 2021 nog goed was voor ruim een vijfde van de Nederlandse energievoorziening, was dat aandeel in 2024 geslonken tot een paar procent. De oorzaak is bekend: na de Russische inval in Oekraïne in 2022 vielen leveringen weg en kwamen er sancties, waarna Europa op zoek moest naar alternatieven.

Amerika erin

Die alternatieven kwamen voor een belangrijk deel uit de Verenigde Staten. Het Amerikaanse aandeel in de Nederlandse energie-import groeide volgens het CBS van enkele procenten tien jaar geleden tot bijna een kwart in 2024. Vooral vloeibaar aardgas (lng) speelt daarin een hoofdrol: dat kan per schip worden aangevoerd, zonder pijpleiding, en is daarmee een uitkomst voor een continent dat plotseling zonder Russisch leidinggas zat. Havens als Rotterdam werden zo een aanlandingsplek voor Amerikaanse lng-tankers.

Het ene risico voor het andere

Daarmee is een afhankelijkheid niet verdwenen, maar verschoven. Nederland haalt nog altijd het overgrote deel van zijn energie uit het buitenland — meer zelfs dan voor de oorlog. En een grote leverancier blijft een grote leverancier: waar voorheen de zorg uitging naar de grillen van Moskou, klinkt nu de vraag hoe betrouwbaar Washington op de lange termijn is. Amerikaans beleid kan veranderen, exportvoorwaarden kunnen worden aangescherpt en lng-prijzen schommelen sterk op de wereldmarkt.

De echte uitweg

Voor wie de afhankelijkheid écht wil verkleinen, ligt de oplossing volgens energie-experts niet in het kiezen van een nieuwe leverancier, maar in eigen, duurzame productie: wind op zee, zon en mogelijk kernenergie. Tot die omslag voltooid is, blijft Nederland aangewezen op import — en voorlopig dus vooral op de Verenigde Staten. De les van de afgelopen jaren is duidelijk: energiezekerheid is niet alleen een kwestie van bij wie je inkoopt, maar ook van hoeveel je zelf in handen hebt.