Te midden van alle verwoesting in Venezuela was er een moment van hoop. Reddingswerkers hebben een vader en zijn zoon levend onder het puin van een ingestort gebouw vandaan gehaald — vier dagen nadat het land werd getroffen door een zware aardbeving. Dat meldt het AD.

Tegen de verwachting in

Dat na vier dagen nog mensen levend worden geborgen, is uitzonderlijk. Met elk uur dat verstrijkt, nemen de overlevingskansen onder het puin af. Juist daarom is zo'n redding een opsteker voor de hulpverleners, die onvermoeibaar blijven zoeken naar vermisten in de hoop op meer van zulke momenten.

Grote internationale operatie

De redding maakt deel uit van een omvangrijke internationale hulpoperatie. Na de beving snelden reddingsteams uit tientallen landen naar Venezuela om met speurhonden en zwaar materieel in de ingestorte gebouwen naar overlevenden te zoeken. Ook Nederland droeg bij: eerder vertrok al een Nederlands reddingsteam, werd geld vrijgemaakt voor noodhulp, en is een marineschip vanaf Curaçao met hulpgoederen onderweg.

De ramp blijft groot

Ondanks de hoopvolle berichten is de balans zwaar. Het dodental liep volgens de berichtgeving op tot meer dan veertienhonderd, en dat aantal kan verder stijgen. Talloze gebouwen liggen in puin, de infrastructuur is op plaatsen verwoest en veel mensen zijn dakloos geraakt.

Het verhaal van de geredde vader en zoon verandert daar weinig aan — maar het herinnert eraan waar de hulpverleners voor blijven vechten: de kans, hoe klein ook, dat er nog iemand levend wordt teruggevonden.