Op het WK voetbal worden dit toernooi nieuwe spelregels uitgeprobeerd, vooral bedoeld om het tijdrekken aan banden te leggen. Volgens een directeur van de KNVB zouden enkele van die regels ook in het Nederlandse amateurvoetbal niet misstaan, omdat er 'minder gesjoemeld' wordt. Dat zei hij tegen het AD.
Strenger tegen treuzelen
De nieuwe regels mikken op situaties waar het spel vaak onnodig wordt opgehouden. Zo krijgt een doelman die de bal te lang vasthoudt voortaan straf: blijft hij te lang treuzelen, dan levert dat de tegenstander een hoekschop op. Ook voor inworpen komt er een tijdslimiet, zodat een speler niet eindeloos kan wachten. En wisselen moet vlotter: wie eruit gaat, hoort het veld snel te verlaten. De rode draad: minder dode speeltijd, meer voetbal.
'Minder gesjoemel'
Juist die geest spreekt het amateurvoetbal aan, klinkt het bij de KNVB. Op de zaterdag- en zondagvelden is rekken, klagen en bij het minste contact blijven liggen een bekende ergernis. Regels die zulk gedrag minder lonend maken, zouden het spel sneller en plezieriger kunnen maken — en het gevoel van een eerlijke wedstrijd versterken.
Maar werkt het in de praktijk?
Toch is de overstap naar de amateurvelden niet zonder haken en ogen. Veel amateurwedstrijden worden geleid door één scheidsrechter, vaak een vrijwilliger, zonder de techniek en assistenten die op het WK vanzelfsprekend zijn. Precies meten hoe lang een doelman of een inwerper erover doet, vraagt veel van die ene arbiter. Sommige maatregelen zijn dus makkelijker in te voeren dan andere.
Voorlopig vooral een idee
Voor de duidelijkheid: het gaat vooralsnog om een gedachte, geen besluit. Eerst zal op het WK en in het profvoetbal moeten blijken hoe de regels uitpakken. Werken ze daar goed, dan kan de discussie over invoering bij de amateurs serieus worden. Tot die tijd is het vooral een interessante vraag: kan een paar simpele tijdsregels het zaterdagvoetbal eerlijker maken?



