De pompprijs loopt achter op de wereldmarkt
Het lijkt onlogisch: de olieprijs zakt, maar aan de pomp betaal je morgen juist meer. De verklaring begint bij timing. De brandstof die je morgen tankt, is gemaakt van olie die weken geleden is ingekocht — vaak tegen een hogere prijs. Olie moet eerst naar een raffinaderij, daar worden verwerkt en vervolgens via opslag en transport naar de tankstations gebracht. Die keten kost tijd, en daardoor reageert de pompprijs altijd met vertraging op een daling op de wereldmarkt.
Daar komt menselijk gedrag bij. Als prijzen dalen, gaan automobilisten minder fanatiek op zoek naar het goedkoopste tankstation. Pomphouders voelen dan minder druk om hun prijs snel te verlagen. Economen noemen dit het 'raketten-en-veren-principe': prijzen schieten als een raket omhoog zodra de kosten stijgen, maar zakken traag als een veer wanneer de kosten dalen.
De dollar en de raffinagemarge
Olie wordt wereldwijd in dollars verhandeld. Voor Nederlandse consumenten telt dus niet alleen de olieprijs, maar ook de wisselkoers. Wordt de dollar sterker ten opzichte van de euro, dan kan brandstof duurder worden, zelfs als de olieprijs in dollars daalt.
Daarnaast zit er tussen ruwe olie en de pomp een raffinagemarge: de kosten en winst van het verwerken van olie tot benzine of diesel. Die marge beweegt niet automatisch mee met de olieprijs. Is er veel vraag uit bijvoorbeeld Azië naar diesel en kerosine, dan blijven die marges hoog. Transport- en opslagkosten blijven bovendien grotendeels gelijk, ongeacht wat ruwe olie kost.
Belasting is veruit het grootste deel
De belangrijkste reden dat een dalende olieprijs nauwelijks aan de pomp te merken is, zit in de belastingen. Volgens de ANWB bedraagt de accijns in 2026 zo'n 84 cent per liter benzine en 55 cent per liter diesel. Dat is een vast bedrag dat niet meebeweegt met de wereldmarkt.
Daar bovenop komt 21 procent btw — en die wordt geheven over de prijs inclusief accijns. Je betaalt dus belasting over belasting. Omdat dit vaste belastingdeel zo groot is, heeft een schommeling in de olieprijs maar beperkt effect op het totale bedrag dat je betaalt. Een fikse daling van de ruwe olie kan zo verdampen tot een verschil van slechts enkele centen aan de pomp.
Adviesprijs is geen pompprijs
Tot slot is het goed te weten dat de cent-stijging uit het nieuws een adviesprijs betreft. United Consumers berekent dagelijks de Gemiddelde Landelijke Adviesprijs op basis van de richtprijzen van de grote oliemaatschappijen. Maar elke pomphouder bepaalt zelf de werkelijke prijs. Door locatie en lokale concurrentie ligt de prijs aan veel pompen lager dan de adviesprijs. De stijging zegt dus iets over de richtprijs, niet noodzakelijk over wat jij aan jouw vaste tankstation afrekent.
Kortom: de pompprijs is een optelsom van de olieprijs met vertraging, de dollarkoers, de raffinagemarge en een grote vaste belastingmoot. Dat de olie zakt terwijl de adviesprijs een cent stijgt, is daarom geen fout — het is precies hoe het systeem werkt.



