Een gouden gloed van miljoenen werelden

Stel je voor: één foto waarop meer sterren staan dan er mensen op aarde leven. De Europese ruimtetelescoop Euclid heeft het voor elkaar gekregen. De telescoop richtte zijn lens op het kloppende hart van ons sterrenstelsel en liet het licht maar liefst 26 uur binnenkomen. Het resultaat is de grootste en meest gedetailleerde foto ooit gemaakt van het galactische centrum in zichtbaar licht, met meer dan 60 miljoen sterren in beeld.

De foto toont het zogeheten galactische boluitsteeksel (galactic bulge): een dicht opeengepakt gebied van overwegend oude, koelere sterren dat de kern van onze spiraalvormige sterrenstelsel vormt. Op de foto gloeit dit gebied goudgeel — de kleur van miljarden oude zonnen die samen één warme massa vormen. Daartussen zie je donkere slierten van stof en gas, en nevels waar nieuwe sterren worden geboren.

Negen blikken, één gigantisch beeld

Zo'n foto maak je niet met één druk op de knop. Euclids zichtbaar-lichtcamera nam negen afzonderlijke opnames, elk groter dan de volle maan aan de nachtelijke hemel. Die negen beelden werden daarna zorgvuldig samengevoegd tot één kolossaal mozaïek van 18.000 bij 18.000 pixels — ofwel 324 megapixels. De zwart-witopnames kregen later kleur dankzij aanvullende waarnemingen van de Canada-France-Hawaii Telescope.

Dat 26 uur belichten een bijzondere prestatie is, benadrukt astronoom Jean-Charles Cuillandre van het ESA-missieteam: "We hebben besloten Euclid op het helderste gebied van de hemel te richten, en het werkt schitterend." Het centrum van de Melkweg is normaal juist een lastig doelwit: het is zo extreem vol sterren en stof dat veel telescopen er moeite mee hebben.

Een kosmische vergrootlens voor nieuwe werelden

De wetenschappelijke waarde van de foto reikt verder dan de schoonheid. In het beeld zijn al 51 bekende planetenstelsels geïdentificeerd, en dat is nog maar het begin. Astronomen willen het centrum van de Melkweg gebruiken om nieuwe exoplaneten te ontdekken via een techniek die gravitationele microlenzing heet. Daarbij fungeert een voorgrondster als kosmische vergrootlens: beweegt die precies voor een achtergrondster langs, dan wordt het licht van die achtergrondster tijdelijk versterkt. Draait er een planeet om de voorgrondster, dan is dat in de lichtcurve te zien. Via deze methode zijn richting het galactisch centrum al honderden exoplaneten gevonden.

Zwart gat verborgen achter het stof

Eén ding is opvallend afwezig op de foto: Sagittarius A*, het superzware zwarte gat in het absolute middelpunt van de Melkweg, met een massa van zo'n vier miljoen zonnen. Dat zwarte gat is op deze opname niet zichtbaar; dikke lagen stof en gas blokkeren het zicht in zichtbaar licht. Astronomen hebben speciale röntgen- en radiotelescopen nodig om dwars door dat kosmische gordijn heen te kijken. Wat Euclid wél heeft geleverd, is een beeld dat astronomen nog jaren bezig zal houden: zestig miljoen sterren, elk een potentiële zon met eigen planeten, en nu eindelijk allemaal tegelijk in beeld.