Potvissen praten niet met woorden, maar met kliks. En net als mensen blijken ze daarbij regionale dialecten te hanteren. Dat schrijft een internationaal team in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B. De onderzoekers vergeleken opnames uit het oostelijke en westelijke deel van de Middellandse Zee en vonden subtiele maar systematische verschillen.
Hoe potvissen 'praten'
Potvissen produceren ratelende reeksen kliks die coda's heten: korte, vaste patronen die klinken als een soort morse. Met die coda's laten de dieren horen tot welke 'vocale clan' ze behoren. Een coda is dus minder een woord en meer een soort groepsbadge, een culturele handtekening die jongen van oudere dieren leren. Lang dacht men dat alle potvissen in de Middellandse Zee tot één clan behoorden, herkenbaar aan één dominant patroon: het zogeheten '3+1'-type, drie kliks, een pauze, dan een vierde klik.
Het verschil: snel versus traag
De nieuwe analyse laat zien dat dit beeld te simpel is. Dieren rond de Helleense Trog bij Griekenland maken een snellere versie van het 3+1-patroon, waarbij de kliks nauwelijks los te horen zijn. In het westelijke bekken, tussen Gibraltar en Italië, klinkt hetzelfde type juist trager, met vier duidelijk hoorbare kliks. Het zijn dus geen verschillende 'talen', maar accenten binnen dezelfde clan. Voor de studie analyseerde het team duizenden coda's, verzameld bij de Balearen en bij de Helleense Trog over een periode van bijna twee decennia. Het onderzoek werd gecoördineerd door dr. Luke Rendell (Universiteit van St Andrews), met hoofdauteur dr. Taylor Hersh en veldteams uit Griekenland en Spanje.
Cultuur die langzaam verandert
Het bijzondere is dat de onderzoekers de dialecten over twee decennia konden volgen. Daaruit blijkt dat de klikcultuur écht verandert, maar tergend langzaam. "Over die hele periode is ook de cultuur van potvissen geëvolueerd; we hebben nu een veel beter idee van hoe traag dat proces is", aldus Rendell. Volgens hoofdauteur Hersh blijven oostelijke groepen het oude dialect onthouden: ze hebben af en toe een soort 'throwback'-dagen waarop ze terugvallen op de andere variant. Dat maakt potvissen tot een van de duidelijkste voorbeelden van cultuuroverdracht in het dierenrijk: gedrag dat wordt aangeleerd in plaats van aangeboren, en dat per groep verschilt.
Waarom dit telt
De Mediterrane potvissen zijn genetisch geïsoleerd van hun verwanten in de oceaan en worden bedreigd door aanvaringen met schepen en verstrikking in visnetten. Inzicht in hun clans en dialecten helpt om afzonderlijke, kwetsbare groepen te herkennen en gericht te beschermen. Het onderzoek sluit aan bij een bredere golf van walvisonderzoek. Zo probeert Project CETI samen met MIT met kunstmatige intelligentie de structuur van potviskliks te ontrafelen; in 2024 stelden zij een 'fonetisch alfabet' voor. Of die kliks ook echt 'taal' vormen, is nog onzeker, maar dat potvissen rijke, aangeleerde communicatie hebben, wordt steeds duidelijker.



