De Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD gaan niet zorgvuldig om met grote bestanden vol persoonsgegevens. Dat stelt toezichthouder CTIVD (de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten) in een nieuw rapport. De diensten houden zich bij het verwerken van zogeheten bulkdatasets niet aan de wettelijke regels, meldt de NOS.
Wat zijn bulkdatasets?
Bulkdatasets zijn omvangrijke gegevensverzamelingen die de diensten binnenhalen voor hun onderzoek naar bijvoorbeeld terrorisme en spionage. Het venijn zit erin dat zulke bestanden lang niet alleen gegevens van 'doelwitten' bevatten: er staan ook gegevens in van heel veel gewone burgers die part noch deel hebben aan enig onderzoek. Juist daarom gelden er strikte regels voor hoe die data mag worden bewaard en gebruikt.
Een serieus probleem
Volgens de CTIVD schieten de waarborgen tekort, onder meer door technische en procedurele gebreken in de systemen van de diensten. Daardoor is onvoldoende geborgd dat de regels worden nageleefd. CTIVD-voorzitter Hugo Hillenaar noemt dat een serieus probleem: het gaat om de meest gevoelige categorieën persoonsgegevens, en om gegevens van in principe iedereen — tot aan de basisregistratie van personen toe.
Aanbevelingen en gevolgen
De toezichthouder laat het niet bij een constatering. De CTIVD deed dertien aanbevelingen om de omgang met bulkdatasets te verbeteren, en dringt erop aan dat onrechtmatig verwerkte of te lang bewaarde gegevens worden opgeruimd. Voor de diensten betekent dat werk aan de winkel, zowel in de techniek als in de procedures.
Balans tussen veiligheid en privacy
De bevindingen raken aan een gevoelig evenwicht. Inlichtingendiensten hebben brede bevoegdheden nodig om dreigingen te onderkennen, maar diezelfde bevoegdheden brengen de privacy van burgers in het geding. Dat het toezicht nu de vinger op de zere plek legt, laat zien waarom onafhankelijke controle op de diensten van belang is. De komende tijd zal moeten blijken hoe AIVD en MIVD de kritiek vertalen in concrete verbeteringen — en hoe stevig de verantwoordelijke ministers daarop toezien.



