Het Witte Huis heeft de leiding van het Smithsonian, het beroemde museumcomplex in Washington, afgeschilderd als 'radicale activisten' die niet te vertrouwen zouden zijn. Het is een nieuwe stap in de aanhoudende druk van president Trump op Amerikaanse culturele instellingen, en valt samen met de viering van 250 jaar Amerikaanse onafhankelijkheid.
Strijd om de geschiedenis
De aanval staat niet op zichzelf. Eerder dit jaar tekende Trump een presidentieel besluit gericht op het Smithsonian, onder de noemer 'de waarheid en het gezond verstand terugbrengen in de Amerikaanse geschiedenis'. Volgens het Witte Huis wordt de geschiedenis in musea te veel 'herschreven' en te negatief neergezet, met te veel nadruk op donkere hoofdstukken als slavernij en het onrecht tegen inheemse volken.
Het Smithsonian in het vizier
Het Smithsonian is geen gewoon museum, maar een instituut met een groot aantal musea en onderzoekscentra en een reputatie tot ver buiten de Verenigde Staten. Juist die status maakt het tot een gevoelig doelwit. De regering wil dat het complex meer nadruk legt op Amerikaanse prestaties en patriottische symbolen, en minder op wat zij als 'verdeeldheid zaaiende' invalshoeken ziet.
Museum verdedigt zich
Vanuit het Smithsonian klinkt tegengeluid. De leiding benadrukt dat een land zich juist sterk toont door zijn hele geschiedenis onder ogen te zien, inclusief de pijnlijke delen, en dat een museum de feiten niet mag wegpoetsen. Tegelijk is de macht van de president over het instituut beperkt, omdat het Smithsonian grotendeels onafhankelijk opereert. De botsing raakt een grotere vraag die in de VS steeds scherper wordt gesteld: moet een museum vooral de trots van een natie tonen, of ook een eerlijke spiegel voorhouden?



