Een lift, maar dan voor vissen. Bij de Zuidersluis in Nieuwegein is een bijzondere vispassage aangelegd waarmee vissen langs de sluis kunnen zwemmen.
Waarom vissen een lift nodig hebben
Sluizen en gemalen zijn handig voor de mens, maar voor vissen zijn het versperringen. Ze kunnen er niet langs, terwijl ze juist willen trekken tussen verschillende gebieden. Dat trekken is geen luxe: vissen hebben andere plekken nodig om te paaien en op te groeien.
Een vispassage lost dat op. "Vispassages maken het mogelijk dat vissen verschillende gebieden kunnen bereiken om te paaien en op te groeien", stelt het waterschap.
Hoe de vislift werkt
Deze passage is geen simpel gootje, maar een vernuftige constructie. De Zuidersluis verbindt het Merwedekanaal met het Amsterdam-Rijnkanaal, en daar tussenin ligt nu de vislift.
Het werkt als een soort wenteltrap. De vissen worden met de stroming naar de ingang gelokt. Vervolgens zwemmen ze door verschillende kamers omhoog, in die wenteltrapconstructie, en bereiken via een zwembuis uiteindelijk de overkant. Zo overbruggen ze het hoogteverschil dat de sluis opwerpt.
Wie het bouwde
De vislift is aangelegd door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, samen met Rijkswaterstaat. Het past in een bredere lijn: het waterschap heeft de afgelopen jaren meerdere visliften en -passages geplaatst.
Goed voor het water
Dat gebeurt niet zonder reden. Gezonde visstanden zijn belangrijk voor de waterkwaliteit; vissen spelen een rol in het ecosysteem van sloten, kanalen en rivieren. Door barrières weg te nemen, krijgt de onderwaterwereld letterlijk meer bewegingsruimte.
Klein bouwwerk, groot effect
Zo'n vislift oogt bescheiden naast een grote sluis, maar de betekenis reikt verder. Voor een snoek, brasem of paling is het het verschil tussen vastzitten en verder kunnen. En met elke passage die erbij komt, wordt het Nederlandse waternetwerk weer een stukje beter begaanbaar, ook voor wie geen benen heeft.



