Wat er op de beurs gebeurt
De Amerikaanse techsector kreeg de afgelopen periode rake klappen. De technologiebeurs Nasdaq sloot op een handelsdag begin juni ruim 4 procent lager, volgens CNBC de grootste min sinds april 2025. Zowel de Nasdaq als de brede S&P 500 beleefden daarmee hun slechtste dag van het jaar.
De pijn beperkt zich niet tot één dag. Op langere termijn staat de Nasdaq fors onder druk en hebben de 'Magnificent Seven' (de zeven grootste techbedrijven) samen honderden miljarden aan beurswaarde verdampt zien worden — volgens Bright zo'n 800 miljard dollar.
Waar de zorgen vandaan komen
De directe aanleiding voor de recente verkoopgolf was teleurstelling over de chipsector: chipfabrikant Broadcom kwam met een AI-omzetverwachting die net onder de marktverwachting lag. Daarbovenop kwamen toenemende verwachtingen dat de Amerikaanse centrale bank de rente eerder zou kunnen verhogen.
Maar de diepere zorg gaat over schulden. De grote techbedrijven investeren astronomische bedragen in datacenters en AI-infrastructuur, en doen dat steeds vaker met geleend geld. Analyses wijzen erop dat de wereldwijde uitgaven aan datacenters de komende jaren richting de biljoenen dollars gaan, waarvan een groot deel via zogeheten privaat krediet (leningen buiten de gewone bankkanalen om) wordt gefinancierd. De angst: als de torenhoge AI-verwachtingen niet worden waargemaakt, zit een deel van de markt met dure leningen die moeilijk terug te betalen zijn. Beleggers letten daarom scherper op de kredietmarkten.
Wie het hardst wordt geraakt
Vooral chipmakers en AI-gerelateerde bedrijven gaan onderuit. Genoemd worden onder meer Nvidia en Broadcom in de VS, maar ook het Nederlandse ASML en het Taiwanese TSMC bewegen mee in de uitverkoop. Bij de techreuzen springt Meta eruit: dat aandeel staat fors onder zijn eerdere piek, juist door de zorgen over de enorme AI- en datacenteruitgaven die op de winstmarges drukken.
De bredere context
Achter de schermen spelen drie dingen mee. Ten eerste de rente: zolang de markt vreest dat lenen duurder wordt, worden groeiaandelen (die het van toekomstige winst moeten hebben) minder aantrekkelijk. Ten tweede de AI-investeringshausse: bedrijven pompen ongekende bedragen in rekenkracht, in de hoop dat AI die uitgaven later terugverdient — een gok die niet zeker is. Ten derde de waarderingen: techaandelen waren historisch duur geprijsd, waardoor zelfs een kleine tegenvaller hard kan aankomen.
De gevolgen reiken tot Nederland. Volgens De Nederlandsche Bank beleggen Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen samen meer dan 200 miljard euro in techaandelen. Een abrupte correctie raakt dus indirect ook de Nederlandse spaarder en gepensioneerde. Of de huidige daling het begin is van een bredere correctie, valt nog niet te zeggen.



