In de westelijke woestijn van Egypte hebben archeologen een vrijwel complete Byzantijnse stad opgegraven. De nederzetting, gelegen in de streek van de Dakhla-oase, geeft een uitzonderlijk gaaf beeld van het leven in de vierde en vijfde eeuw na Christus.
Straten, huizen en een kerk
De stad is opgetrokken uit modderbaksteen en volgt een geordend stratenplan. Archeologen legden woningen met ruime zalen bloot, en in het hart van de nederzetting stond een basilica-kerk uit het midden van de vierde eeuw. Ook werden resten van wachttorens gevonden, die de nederzetting bewaakten.
Sporen van het dagelijks leven
Wat de vondst zo bijzonder maakt, zijn de tastbare sporen van het alledaagse bestaan. Onderzoekers troffen ovens, keukens en maalstenen voor het verwerken van graan aan. Daarnaast kwam een grote hoeveelheid beschreven potscherven tevoorschijn, met daarop aantekeningen over handel, correspondentie en andere details uit het dagelijks leven. Ook werden munten gevonden, waaronder exemplaren uit de tijd van keizer Constantius II.
Een venster op de late oudheid
De vondst valt in een boeiende periode: de overgang van een heidens naar een christelijk Egypte. De christelijke symbolen en de kerk laten zien hoe stevig het geloof toen al in deze afgelegen oase was geworteld. Goed bewaarde Byzantijnse nederzettingen in de Egyptische woestijn zijn zeldzaam, en juist daardoor biedt deze stad onderzoekers een rijke kans om te bestuderen hoe gemeenschappen in de late oudheid woonden, werkten en handelden.



