China heeft een nieuwe wet ingevoerd die de ruimte voor etnische minderheden verder inperkt. De zogeheten 'eenheidswet', die deze week van kracht werd, verplicht dat kinderen vanaf hun derde jaar uitsluitend onderwijs in het Mandarijn krijgen. Onderwijs in minderheidstalen als het Tibetaans en het Oeigoers is daarmee niet langer toegestaan. Dat meldt de NOS.
Eén taal in de klas
De wet werd in maart met overweldigende meerderheid aangenomen door het Nationale Volkscongres. Volgens de Chinese overheid is het doel de 'eenheid', 'sociale harmonie' en een 'gedeelde nationale identiteit' te bevorderen. In de praktijk betekent het dat kinderen uit minderheidsgroepen van jongs af aan in het Mandarijn worden opgevoed op school, in plaats van in hun eigen taal.
De handhaving is stevig. Volgens de berichtgeving kunnen autoriteiten huisbezoeken afleggen om te controleren of gezinnen zich aan de regels houden, en kunnen buren elkaar verklikken. Dat maakt van het taalbeleid ook een instrument van toezicht dat tot in de huiskamer reikt.
Folklore mag, de rest krimpt
Het beeld dat minderheden 'nog wel mogen zingen en dansen' typeert de situatie: uitingen van folklore en traditie worden getolereerd, maar op wezenlijke terreinen — taal, onderwijs, religie — is de ruimte de afgelopen jaren steeds kleiner geworden. Het gaat vooral om groepen als Tibetanen, Oeigoeren en Mongoolssprekenden in Binnen-Mongolië. China telt 56 officieel erkende etnische groepen; de 55 minderheden vormen samen net geen 9 procent van de bevolking.
Kritiek van mensenrechtenorganisaties
Mensenrechtenorganisaties zijn scherp. Amnesty International waarschuwt dat de wet de gedwongen assimilatie van minderheden verankert. Ook Human Rights Watch en deskundigen van de Verenigde Naties hebben eerder gewezen op de gevolgen voor de taalkundige, culturele en religieuze eigenheid van deze gemeenschappen.
Voorstanders in Peking presenteren de wet als een middel voor nationale samenhang. Critici zien vooral een versnelling van een langlopend beleid waarin de eigen identiteit van minderheden stap voor stap wordt uitgehold — te beginnen bij de taal die kinderen op school leren.
Een langere lijn
De wet staat niet op zichzelf. In regio's als Tibet en Xinjiang gelden al jaren maatregelen die de eigen taal en cultuur onder druk zetten. Dat het beleid nu in een landelijke wet is vastgelegd, geeft het een formeel en permanent karakter. Voor miljoenen kinderen uit minderheidsgroepen betekent het dat hun moedertaal buiten het klaslokaal komt te staan — met de vraag hoe lang die taal dan nog levend blijft.



