De parlementaire enquêtecommissie Corona hoort dit voorjaar onder ede tientallen hoofdrolspelers uit de pandemie. Tijdens de openbare verhoren kwam ook de keerzijde van het OMT-lidmaatschap aan bod: de bedreigingen en intimidatie waarmee adviseurs te maken kregen. Opvallend is hoe sterk de ervaringen met hulp en beveiliging uiteenliepen.

'Niemand hielp me toen ik bedreigd werd'

Kinderarts Károly Illy, destijds voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en als zodanig OMT-lid, werd emotioneel toen hij over zijn bedreigingen sprak. "Ik heb me best eenzaam gevoeld", zei hij tegen de commissie. Volgens hem had de overheid "wat meevoelender mogen zijn".

Illy deed in 2022 aangifte van een doodsbedreiging, maar stuitte op tegenwerking. "De politie was schoorvoetend bereid om mijn aangifte te accepteren", verklaarde hij volgens de NOS. Pas via OMT-voorzitter en RIVM-directeur Jaap van Dissel en een strafrechtadvocaat kreeg hij uiteindelijk hulp. Hij wees erop dat toenmalig minister van Justitie Ferd Grapperhaus OMT-leden hulp had toegezegd bij bedreigingen, maar dat die toezegging in zijn geval niet werd waargemaakt.

'Ongelofelijk veilig gevoeld'

Anderen schetsten een ander beeld. IC-arts en OMT-lid Diederik Gommers zei zich "ongelofelijk veilig" te hebben gevoeld. Hij kreeg onder meer een noodknop en een app tot zijn beschikking, en de ondersteuning leidde er volgens hem toe dat bedreigers een taakstraf opgelegd kregen. Microbioloog Jan Kluytmans noemde de hulp "goed geregeld" en had een vast aanspreekpunt. Ook Marc Bonten en Andreas Voss konden bij het RIVM terecht voor begeleiding. Gommers gaf aan dat "een enkel OMT-lid" daadwerkelijk werd beveiligd, maar wilde daar geen details over geven.

Illy erkende zelf dat OMT-leden onderling "slechts beperkt ervaringen hebben uitgewisseld" over dit onderwerp, wat mede kan verklaren waarom de hulp zo ongelijk uitpakte.

Bedreigingen tot aan de voordeur

De intimidatie ging verder dan online scheldpartijen. Meerdere OMT-leden werden thuis opgezocht. Arts-microbioloog Andreas Voss ontving brieven met grove beledigingen, en viroloog Marion Koopmans kreeg online berichten met afbeeldingen van een strop en dreigende teksten. Niet iedereen ervoer dat als even bedreigend: Voss zei zich naar eigen zeggen niet bedreigd te voelen, terwijl Gommers juist sprak van ernstige bedreigingen. Wel twijfelden meerdere wetenschappers of zij hun media-optredens moesten voortzetten, omdat de stroom bedreigingen toenam na televisie- of krantenverschijningen.

Bredere context: verharding richting wetenschappers

De verhoren passen in een breder beeld van verharding tijdens de pandemie. Niet alleen wetenschappers, maar ook bestuurders en politici werden bedreigd. De getuigenissen roepen de vraag op wat de bereidheid van experts aantast om in een volgende crisis een publieke rol te vervullen, zeker als de overheidssteun zo wisselend is. De parlementaire enquêtecommissie Corona zet haar openbare verhoren de komende weken voort.