De kunstroof bij het Drents Museum in Assen krijgt een wrange nasleep. Een van de veroordeelde daders verkoopt vanuit zijn cel kleding met daarop een afbeelding van de gouden helm die hij hielp stelen. De politiek reageert verontwaardigd, maar het kabinet zegt er juridisch nauwelijks iets tegen te kunnen doen, meldt de NOS.

Van roof naar webshop

Begin 2025 werd het Drents Museum getroffen door een brutale inbraak, waarbij onder meer de bijna 2.500 jaar oude gouden helm van Coțofenești en enkele gouden armbanden werden buitgemaakt, kostbare stukken uit Roemenië. Voor die diefstal werd een 37-jarige man samen met twee anderen veroordeeld tot bijna vier jaar cel.

Vanuit de gevangenis begon diezelfde man een webshop met een kledinglijn. Op de T-shirts prijkt een afbeelding die verwijst naar de gestolen helm. De verontwaardiging was groot toen bleek dat de collectie zelfs uitverkocht raakte; in de Tweede Kamer werd gesproken van een grove provocatie, meldt Hart van Nederland.

Waarom de overheid weinig kan doen

Kamerleden stelden vragen: kan dit zomaar? Het antwoord van het kabinet is ontnuchterend. Er bestaat geen wettelijke grond om alle commerciële uitingen die met een misdrijf samenhangen te verbieden. Zolang een gedetineerde geen nieuwe strafbare feiten pleegt, slachtoffers niet verder worden geschaad en de openbare orde niet wordt verstoord, kan de overheid het ondernemen van een gevangene niet zomaar stopzetten.

Dat een dader op deze manier pronkt met zijn eigen misdaad is voor velen stuitend, maar op zichzelf niet strafbaar. Ook smakeloze uitingen vallen onder de vrijheid van meningsuiting.

Beperkte middelen

Helemaal machteloos is de overheid niet. Voor gedetineerden gelden regels over hoeveel geld ze mogen beheren, en geldstromen kunnen worden gecontroleerd; banken kunnen verdachte transacties tegenhouden. Daarmee kan worden voorkomen dat iemand ongehinderd profijt trekt uit zo'n webshop.

Toch blijft er een ongemakkelijk gevoel hangen. Voor het museum en voor iedereen die de diefstal veroordeelt, voelt het onrechtvaardig dat een veroordeelde er zo openlijk garen bij lijkt te spinnen. De zaak roept de vraag op of de regels rond ondernemen vanuit detentie moeten worden aangescherpt, een vraag die nu bij de politiek ligt.