De muziekwereld neemt afscheid van David Clayton-Thomas, de markante zanger die Blood, Sweat & Tears uitbouwde tot een van de meest invloedrijke bands van het einde van de jaren zestig. Hij overleed deze week in een ziekenhuis in Toronto op 84-jarige leeftijd, melden onder meer Variety en Billboard. Een doodsoorzaak werd niet bekendgemaakt.
Van Surrey naar Toronto
Clayton-Thomas werd in 1941 geboren als David Henry Thomsett in het Engelse Surrey, waar zijn Canadese vader gelegerd was. Na de oorlog verhuisde het gezin naar Canada, waar hij opgroeide en zijn muzikale loopbaan begon. In de Canadese muziekscene bouwde hij al een reputatie op voordat hij internationaal doorbrak.
Doorbraak met Blood, Sweat & Tears
Die doorbraak kwam toen hij zich in 1968 aansloot bij Blood, Sweat & Tears, die na het vertrek van oprichter Al Kooper een nieuwe leadzanger zochten. Het zelfgetitelde album dat de band datzelfde jaar met hem opnam, werd een wereldwijd succes: het stond weken op de eerste plaats in de Amerikaanse albumlijst en leverde de band meerdere Grammy Awards op, waaronder de prestigieuze prijs voor Album van het Jaar.
Het album bevatte een rij hits die het geluid van de band — rock met een stevige blazerssectie — definieerden, met 'Spinning Wheel', 'You've Made Me So Very Happy' en 'And When I Die'. Vooral 'Spinning Wheel', dat Clayton-Thomas zelf schreef, groeide uit tot een klassieker.
Een lange loopbaan
Blood, Sweat & Tears gold daarnaast als een van de eerste rockbands die op cultureel-diplomatieke missie achter het IJzeren Gordijn toerde, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Clayton-Thomas bleef decennialang actief en keerde later definitief terug naar Canada, waar hij solo-albums bleef uitbrengen en met eerbetonen werd overladen, waaronder een plek in de Canadian Music Hall of Fame en een ster op Canada's Walk of Fame.
Met zijn overlijden verliest de muziek een van de herkenbaarste stemmen van zijn generatie — krachtig, soulvol en onlosmakelijk verbonden met een geluid dat rock en jazz samenbracht.



