Het is het verhaal dat elk WK weer terugkeert: tegenover de grootmachten met hun luxehotels en miljoenenbudgetten staan de kleintjes, die met minimale middelen het wonder najagen. Op het WK 2026 is dat contrast scherper dan ooit.

Het kleinste land ooit

Met zo'n 158.000 inwoners is Curaçao naar verluidt het kleinste land ooit dat zich voor een WK voetbal plaatste. De voetbalbond van het eiland kampte jarenlang met financiële krapte en gebrek aan structuur. Om kosten te besparen hield het elftal — grotendeels opgeleid bij Nederlandse clubs — zijn trainingskampen niet op het eigen eiland, maar goedkoper en logistiek handiger in Europa en Turkije.

De voorbereiding stond daarmee in schril contrast met die van de grote landen, wier bonden over jaarbudgetten van honderden miljoenen beschikken. Voor een kleine eilandstaat is deelname aan een WK een financieel evenwichtsspel.

Een wereld van verschil

Hoe groot dat verschil is, vatte het World Data Lab treffend samen: het inkomensverschil per hoofd tussen de rijkste en de armste deelnemende natie loopt op tot tientallen keren. Een inwoner van de rijkste deelnemer verdient gemiddeld een veelvoud van iemand uit het armste land.

FIFA probeert die kloof deels te dempen. Elk deelnemend land ontvangt een gegarandeerd basisbedrag — voorbereidingsgeld plus een deelnamevergoeding van miljoenen dollars. Maar dat geld verdwijnt voor een klein land razendsnel in vluchten, hotels, staf en bonussen, terwijl het voor een rijke bond slechts een rondingsverschil is.

Romantiek met een prijskaartje

Voor de kleine landen is de winst vooral immaterieel. Op Curaçao zorgde de plaatsing voor een golf van trots: jongeren grepen naar de bal, de hele gemeenschap keek mee. "Dit moet het startschot zijn voor een echte doorontwikkeling van het voetbal op het eiland", klonk het bij de bond. Sportief eindigde het avontuur al in de groepsfase — maar de impact reikte verder dan het scorebord.

En daar zit meteen het gevaar. De aandacht is er even, maar zonder structurele financiële steun vervliegt die weer. Terwijl FIFA en de gastlanden recordbedragen verdienen en toegangskaarten voor topwedstrijden voor duizenden dollars over de toonbank gaan, opereren sommige deelnemende bonden op een budget dat een grote Europese club in één transferzomer uitgeeft.

De underdog-romantiek van het WK is echt. Maar ze heeft, zo blijkt elk toernooi weer, een prijskaartje dat lang niet iedereen kan betalen.