Het was een avond om in te lijsten voor de Haagse vechtsporter Mohamed Touchassie. In Rotterdam Ahoy kroonde hij zich tot wereldkampioen in het zwaargewicht-segment van kickboksorganisatie GLORY — een titel die hij op één avond, na meerdere zware partijen, bijeen vocht. Voor het thuispubliek, op Nederlandse bodem.

Haag geboren, Marokko in het hart

Touchassie werd geboren en getogen in Den Haag, maar komt internationaal bewust uit voor Marokko. Die keuze bepaalt ook zijn zichtbaarheid. In het land van zijn ouders wordt hij onthaald als nationale trots; in het land waar hij opgroeide, blijft de waardering bescheidener.

Na zijn titelverovering stuurde de Marokkaanse koning Mohammed VI hem een persoonlijk felicitatiebericht, waarin hij Touchassie prees voor zijn prestatie en zijn verbondenheid met het land. De overwinning, zo liet het koningshuis weten, brengt eer aan de Marokkaanse sport. Een vergelijkbaar officieel gebaar vanuit Den Haag bleef uit — ook al vond de titelstrijd plaats in een uitverkochte Rotterdamse hal.

Een herkenbaar patroon

Touchassie staat daarin niet alleen. Het is een patroon dat vaker opduikt in de Nederlands-Marokkaanse sportwereld: atleten die in Nederland zijn opgegroeid en gevormd, maar wier successen in Marokko luider worden gevierd dan thuis. Diezelfde discussie over erkenning en identiteit speelt al jaren in het voetbal, waar steeds meer spelers met Marokkaanse wortels kiezen voor de nationale ploeg van het land van herkomst in plaats van voor Oranje.

Twee landen, één moment

Voor Touchassie zelf lijkt de keuze gemaakt: hij draagt de Marokkaanse vlag en wordt door zijn koning erkend. Dat zijn grote moment zich juist op Nederlandse bodem voltrok, in een Rotterdamse arena, maakt zijn verhaal des te tekenender voor de geglobaliseerde topsport van vandaag. Of Nederland de erkenning alsnog laat volgen, valt te bezien. In Marokko weten ze inmiddels precies wie hij is.