Bij de onthulling van het Nationaal Monument voor de Molukkers aan de Lloydkade in Rotterdam heeft premier Rob Jetten namens de Nederlandse regering excuses aangeboden aan de Molukse gemeenschap. De excuses gelden voor het onrecht dat de eerste generatie Molukkers is aangedaan sinds hun aankomst in Nederland in 1951. In de gemeenschap leidde het gebaar tot zichtbaar gemengde gevoelens: blijdschap en erkenning, maar ook verdriet dat het te laat komt voor wie het werkelijk overkwam.

Wat de excuses inhouden

Jetten benoemde concreet waarvoor de staat zich verontschuldigt: het ontslag van de militairen, de gebrekkige opvang en huisvesting, en het gevoel niet gezien en in de steek gelaten te zijn. Het historisch onrecht aan de eerste generatie is volgens de premier "nog altijd niet duidelijk genoeg erkend". Hij benadrukte dat de excuses gevolgd moeten worden door betekenisvolle vervolgstappen, waarbij de Molukse gemeenschap zelf een belangrijke stem moet hebben. Welke concrete maatregelen volgen, is nog niet bepaald.

De timing was bewust gekozen: een deel van de generatie die in 1951 naar Nederland kwam, leeft nog. Die mensen moeten de erkenning bij leven kunnen ervaren.

Historische context: KNIL en de overtocht van 1951

De wortels van het onrecht liggen in de koloniale geschiedenis. Molukse beroepsmilitairen dienden in het KNIL, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, en vochten tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949 werd het KNIL ontbonden. De Molukse militairen kwamen in een onmogelijke positie: opgaan in het Indonesische leger of vasthouden aan de in 1950 uitgeroepen Republiek der Zuid-Molukken (RMS), beide met grote risico's.

Begin 1951 bracht Nederland ongeveer 12.500 Molukse militairen en hun gezinnen naar Nederland. Het verblijf zou tijdelijk zijn, in afwachting van terugkeer. Bij aankomst werden de militairen direct ontslagen, ondanks hun jarenlange dienst.

De woonoorden

De gezinnen werden ondergebracht in zogeheten woonoorden: voormalige barakken, kloosters en werkkampen. Grote gezinnen leefden in krappe ruimtes met beperkte voorzieningen. Werken was niet toegestaan en integratie werd niet nagestreefd, omdat vertrek nabij leek. Daardoor bleef de gemeenschap jarenlang buiten de Nederlandse samenleving staan. Vandaag wonen naar schatting zo'n 70.000 Nederlanders met Molukse wortels in het land.

Reacties: blijdschap en pijn

In Rotterdam liepen de emoties uiteen. "Mijn vader en moeder leven niet meer. Het is te laat", zei een aanwezige man. Anderen toonden zich dankbaar, ondanks het late moment, en noemden de excuses een belangrijke eerste stap. De spanning tussen erkenning en het gevoel dat generaties er niet meer zijn om het te horen, kenmerkte de bijeenkomst.

Politieke vervolgstappen

De excuses staan niet op zichzelf. De Tweede Kamer stemde kort daarvoor in met een motie die vraagt om onafhankelijk onderzoek naar de geschiedenis van de Molukse gemeenschap en de gevolgen tot vandaag, en om een traject van erkenning en herstel in overleg met de gemeenschap. Het jaar 2026 markeert 75 jaar sinds de eerste Molukse KNIL-militairen naar Nederland kwamen — een mijlpaal die het verlangen naar erkenning extra lading geeft.