Het sleepte bijna een jaar, maar nu is het rond: de EU-lidstaten hebben definitief ingestemd met het handelsakkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Daarmee komt een einde aan een periode van grote onzekerheid voor het Europese bedrijfsleven, dat lange tijd vreesde voor een uitslaande tarievenoorlog.
Een plafond van 15 procent
De kern van het akkoord is een plafond van 15 procent op de Amerikaanse invoerrechten voor de meeste Europese exportproducten. Dat is fors hoger dan de lage of nultarieven die vóór de handelsspanningen golden, maar aanzienlijk gunstiger dan de heffingen van 25 procent of meer waarmee de Amerikaanse president Trump eerder dreigde.
Tegenover dat tarief staat een Europese toegeving: de EU schrapt resterende heffingen op een reeks Amerikaanse industrie- en landbouwproducten en biedt de VS gunstiger markttoegang. Voor enkele strategische productgroepen — zoals vliegtuigen en onderdelen, bepaalde chemicaliën, generieke medicijnen en grondstoffen — gelden wederzijdse nultarieven. Voor staal en aluminium blijft voorlopig een apart, hoger regime van kracht.
Net op tijd voor de deadline
Het definitieve groen licht kwam vlak voor een Amerikaanse deadline: Trump had gedreigd de tarieven begin juli sterk te verhogen als er geen akkoord lag. De politieke basis voor de deal werd al in de zomer van 2025 gelegd, toen Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Trump afspraken verdere escalatie te stoppen. Het omzetten van die afspraak in concrete regelgeving — met instemming van het Europees Parlement en de Raad — kostte daarna nog maanden.
Het Parlement bouwde stevige waarborgen in. De Europese Commissie kan het akkoord opschorten als de VS alsnog extra heffingen boven het plafond oplegt of Europese bedrijven benadeelt. Ook geldt een einddatum: de preferentiële tarieven lopen na enkele jaren af, tenzij ze met nieuwe wetgeving worden verlengd.
Wat betekent het voor Europa en Nederland?
Voor Europese exporteurs brengt het akkoord vooral duidelijkheid. Belangrijke sectoren als de auto-industrie, de farmacie en de luchtvaart worden beschermd tegen de zwaarste tariefklappen. Tegelijk betekent het 15-procentstarief dat veel Europese producten in de VS duurder worden dan vóór de handelsoorlog — een structureel hogere drempel.
Voor Nederland, met zijn sterke exportsectoren rond halfgeleiders, chemie, agrifood en transport, is de uitkomst van bijzonder belang. Daarnaast zou de EU zich hebben verbonden tot grootschalige aankoop van Amerikaanse energie de komende jaren, een afspraak die ook op de Europese energiemarkt doorwerkt.
Opluchting, geen triomf
De reacties in Europa zijn gemengd. Sommige regeringsleiders spreken van opluchting na maanden van onzekerheid, anderen noemen het akkoord een onaangename concessie aan Washington. Critici wijzen op de structureel hogere handelskosten; voorstanders houden vol dat het alternatief — een ongeremde tarievenoorlog — voor de Europese economie nog veel duurder zou zijn uitgevallen. Voor het bedrijfsleven telt vooral dat de onzekerheid voorbij is.



