Wie wil weten of zijn hart regelmatig klopt, hoeft tegenwoordig niet altijd meer naar het ziekenhuis. Door een vingertop op de cameralens van een smartphone te leggen, kan een app in enkele tientallen seconden een indicatie geven of het hartritme normaal is of dat er sprake is van een mogelijke ritmestoornis. Diezelfde meting kan ook met de optische sensor op de achterkant van veel smartwatches. Achter beide metingen zit dezelfde techniek: fotoplethysmografie, kortweg PPG.

Hoe werkt het: licht meet je hartslag

Bij PPG schijnt een lampje (de cameraflits of de led van de smartwatch) in de huid. Bij elke hartslag verandert de hoeveelheid bloed in de kleine bloedvaten onder de huid, en daarmee de hoeveelheid licht die wordt teruggekaatst. De camera of sensor registreert die minieme veranderingen en leidt daar de hartslag en het ritme uit af. Een algoritme beoordeelt vervolgens of het patroon regelmatig is, of dat het wijst op boezemfibrilleren — de meest voorkomende hartritmestoornis, die het risico op een beroerte sterk verhoogt.

Een bekende Nederlands-Belgische toepassing is FibriCheck, een als medisch hulpmiddel (met CE-markering) erkende app. In een multicenter-validatiestudie in npj Digital Medicine, met een twaalfafleidingen-ECG als referentie, haalde het algoritme een hoge nauwkeurigheid van rond de 98 procent. Opvallend: de prestaties waren wel iets minder bij mensen met een donkere huidskleur en een hoger BMI — een bekende beperking van optische metingen.

Thuismonitoring: het ziekenhuis kijkt op afstand mee

Veel Nederlandse ziekenhuizen zetten de techniek inmiddels in voor thuismonitoring. Patiënten meten thuis met een app hun hartritme, op vaste momenten of zodra ze klachten voelen, en sturen die gegevens — vaak samen met bloeddruk en gewicht — naar hun cardioloog of verpleegkundig specialist. Het St. Antonius Ziekenhuis beschrijft hoe getraind personeel de metingen beoordeelt en contact opneemt als dat nodig is. Het idee: behandelingen sneller bijsturen, onnodige poliklinische controles voorkomen en patiënten meer regie geven over hun eigen gezondheid.

Dat de opbrengst groot kan zijn, blijkt uit onderzoek van Amsterdam UMC. Daarin droegen 437 deelnemers van 65 jaar en ouder met een verhoogd risico zes maanden lang een smartwatch met zowel PPG- als ECG-functie, of kregen zij de gebruikelijke monitoring. In de smartwatch-groep werden 21 mensen met boezemfibrilleren gevonden, tegen slechts 5 in de controlegroep — ongeveer viermaal zo vaak. Bij 12 van die 21 patiënten ging het om 'stille' boezemfibrilleren zonder klachten, juist de groep die anders onder de radar blijft.

Wat het oplevert

De winst zit vooral in vroege detectie. Boezemfibrilleren komt vaak in aanvallen en kan zonder symptomen verlopen, waardoor een toevallig hartfilmpje bij de huisarts het zomaar mist. Continue of regelmatige meting met de telefoon of smartwatch vergroot de kans dat zo'n aanval wordt opgepikt. Daarmee kan eerder met bloedverdunners worden gestart en kunnen beroertes worden voorkomen. Tegelijk verlaagt thuismonitoring de druk op de zorg: minder controles, kortere lijnen en metingen op het moment dat klachten optreden.

De kanttekeningen: geen vervanging van het ECG

De Hartstichting en cardiologen zijn er duidelijk over: deze metingen zijn een hulpmiddel, geen diagnose. Een app of smartwatch is niet honderd procent betrouwbaar, en de kwaliteit van een meting hangt af van een stilgehouden hand, voldoende licht en een rustige opname. De nauwkeurigheid kan bovendien afnemen bij bepaalde groepen, zoals mensen met een donkere huidskleur, tatoeages op de pols of na een hartoperatie. Het advies is dan ook helder: meldt een app een onregelmatig ritme of mogelijk boezemfibrilleren, ga dan naar de huisarts. De definitieve diagnose wordt altijd gesteld met een echt elektrocardiogram (ECG).

Veelzeggend is dat ook in de validatiestudies de uiteindelijke bevestiging via een ECG of een 24-uurs hartfilmpje (Holter) liep. De smartphone wijst de weg; de cardioloog stelt de diagnose. Let bij de keuze van een app daarom op een CE-markering, die aangeeft dat het hulpmiddel aan de Europese regelgeving voldoet.