De terrassen zitten vol, maar de bediening is schaars. De horeca heeft er in de zomer traditioneel de handen vol aan, en juist dan is de sector afhankelijk van jonge vakantiekrachten. Die zijn echter steeds moeilijker te vinden: jongeren kiezen vaker voor een bijbaan buiten de horeca.
Andere baantjes winnen
Waar een zomer achter de bar of in de bediening lang een vanzelfsprekende bijbaan was, kiezen jongeren nu vaker voor werk in een supermarkt of winkel, in een magazijn of als bezorger. Die banen bieden vaak overzichtelijkere werktijden en minder avond- en weekendwerk. Voor veel scholieren en studenten weegt dat zwaar: een bijbaan moet passen naast school, studie, sport en sociaal leven, en de horeca vraagt juist beschikbaarheid op de momenten dat anderen vrij zijn.
Waarom de horeca minder trekt
De redenen om de horeca links te laten liggen, zijn niet nieuw, maar wegen zwaarder dan voorheen. Het werk speelt zich grotendeels af in de avonden en weekenden, de drukte kan hoog oplopen en door personeelstekort komt er extra druk op wie er wél staat. Tegelijk hechten jongeren meer waarde aan vrije tijd en een voorspelbaar rooster. Waar de sfeer en de fooien vroeger een sterk argument waren, blijkt dat nu vaak niet genoeg om de nadelen te compenseren.
Wat de sector eraan doet
De horeca probeert het tij te keren. Ondernemers proberen aantrekkelijker te worden met flexibelere roosters, betere arbeidsvoorwaarden en meer aandacht voor de werksfeer. Sommige zaken zetten in op efficiëntere werkwijzen, zodat er met minder mensen toch goed gedraaid kan worden. Toch blijft het lastig: zolang andere sectoren met prettigere werktijden lonken, moet de horeca harder werken om jongeren binnen te halen en te houden. De uitdaging is om het werk niet alleen als tijdelijk zomerbaantje, maar als aantrekkelijke plek te laten zien.



