Nederland trekt tijdens de NAVO-top de portemonnee voor Defensie. Op de top in Turkije ondertekende het kabinet een pakket nieuwe defensieafspraken, met als grootste blikvanger een gezamenlijk project met het Verenigd Koninkrijk voor amfibische transportschepen. Daarmee onderstreept Nederland de belofte om fors meer in de krijgsmacht te steken.
Wat er is afgesproken
De nieuwe afspraken draaien vooral om samenwerking met bondgenoten. Zo werkt Nederland met het Verenigd Koninkrijk aan de aanschaf van amfibische schepen, die militairen en materieel over zee kunnen vervoeren. Daarnaast sluit Nederland zich aan bij een groep NAVO-landen voor de vervanging van radarvliegtuigen, en wordt de samenwerking met Duitsland op het gebied van luchtafweerraketten versterkt. Ook wordt gekeken naar gezamenlijke productie en onderhoud van raketten met andere Europese landen. Het idee daarachter: door de krachten te bundelen, voorkomen de landen versnippering en kunnen ze sneller opschalen.
Meer geld voor Defensie
De afspraken passen in een grotere beweging. Binnen de NAVO is afgesproken dat de lidstaten hun defensie-uitgaven de komende jaren flink opvoeren, richting een aanzienlijk hoger percentage van het bruto binnenlands product. Nederland zegde toe die uitgaven stapsgewijs te verhogen, met tussendoelen richting 2030 en 2035. Voor de Nederlandse defensie-industrie kan die investeringsgolf gunstig uitpakken, doordat gezamenlijke productie ook werk en kennis oplevert.
Druk vanuit de VS
De top staat niet los van de internationale verhoudingen. De Verenigde Staten dringen er al langer op aan dat de Europese bondgenoten meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid en navenant meer uitgeven. Die druk klinkt ook nu door. Europese landen presenteren hun investeringen tegelijk als een stap naar meer strategische zelfstandigheid: door samen te bouwen en te onderhouden, willen ze minder afhankelijk worden van leveranciers buiten Europa.
Steun aan Oekraïne
Naast het materieel blijft ook de steun aan Oekraïne een centraal thema op de top. Het kabinet benadrukt dat de veiligheid van Oekraïne verweven is met die van heel Europa. De nieuwe afspraken over wapensystemen en productiecapaciteit staan zo niet op zichzelf, maar maken deel uit van een bredere heroriëntatie op veiligheid, waarin Europa zich sneller en zelfstandiger wil kunnen bewapenen.



