Het beeld van de werknemer die zich met een griepje een paar dagen ziek meldt, klopt steeds minder. Hoewel de meeste ziekmeldingen kort zijn, verschuift het Nederlandse verzuim naar een kleinere groep mensen die juist heel lang thuiszit. Daarmee verandert de aard van het probleem voor werkgevers en samenleving.
Een kleine groep, de meeste verzuimdagen
Arbodiensten ArboNed en HumanCapitalCare, die samen gegevens van ongeveer een miljoen werkenden bijhouden, zien dat de gemiddelde verzuimduur in drie jaar tijd opliep van 23,8 naar 27,6 dagen. Veelzeggender is de verdeling: langdurige gevallen die meer dan zes weken duren, vormen maar een klein deel van alle ziekmeldingen, maar zijn goed voor het overgrote deel van alle verzuimdagen. Het zwaartepunt van het verzuim ligt dus bij een relatief kleine groep die maanden uit de roulatie is.
Stress en burn-out als hoofdrolspelers
De belangrijkste motor achter dat langere verzuim zijn psychische klachten. Volgens ArboNed komt inmiddels ongeveer één op de vier verzuimdagen voort uit stressgerelateerde klachten. Wie door stress of een burn-out uitvalt, is gemiddeld acht tot tien maanden niet of beperkt inzetbaar. Stress en griep waren in 2025 samen de grootste veroorzakers van verzuim.
"Stressgerelateerd verzuim is niet alleen een individueel probleem, maar ook een structureel organisatievraagstuk", zegt bedrijfsarts en ArboNed-directeur Redmer van Wijngaarden. Hij benadrukt dat langdurig verzuim niet met één maatregel is op te lossen en dat vroege herkenning van overbelasting cruciaal is.
Wat de officiële cijfers zeggen
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreerde over heel 2024 een verzuimpercentage van 5,2 procent, een lichte daling ten opzichte van 5,3 procent in 2023. Tegelijk waren zieke werknemers in 2024 gemiddeld 17,1 werkdagen afwezig — ruim drie weken — en namen zowel de verzuimfrequentie als de verzuimduur voor het tweede jaar op rij toe.
Die daling is bovendien niet onomstreden: in het eerste kwartaal van 2025 liep het verzuim juist op naar 5,8 procent, hoger dan een jaar eerder. De kern van het verhaal zit dan ook minder in het totale percentage en meer in de samenstelling ervan: het korte, griepachtige verzuim wisselt elkaar af, terwijl de groep langdurig zieken structureel groeit.
Vooral de zorg onder druk
De verschillen tussen sectoren blijven groot. De gezondheidszorg en welzijn spande de afgelopen jaren de kroon met percentages rond 7 tot 8 procent, terwijl de horeca rond de 3 procent bleef. Voor werkgevers betekent de verschuiving naar langdurig verzuim dat de winst niet meer zozeer zit in het terugdringen van losse ziekmeldingen, maar in het voorkomen dat iemand überhaupt langdurig uitvalt.



