De Nederlandse zomers worden warmer, en extreme hitte hoort daar steeds vaker bij. Deskundigen verwachten dat temperaturen richting de veertig graden niet langer een zeldzaamheid zijn. Het nationale hitterecord staat sinds 2019 op 40,7 graden, gemeten in het Brabantse Gilze-Rijen, en zulke pieken zullen vaker terugkeren.

Waarom dit een probleem is

Hitte is niet alleen ongemakkelijk, maar ook gevaarlijk. Tijdens warme periodes neemt de sterfte toe, vooral onder ouderen, chronisch zieken en mensen die buiten werken. Klachten beginnen met vermoeidheid, hoofdpijn en slecht slapen, maar kunnen bij aanhoudende hitte ernstiger worden. Door de vergrijzing groeit bovendien de groep die extra kwetsbaar is. Om die risico's te beperken bestaat er een Nationaal Hitteplan, dat bij aangekondigde hitte extra aandacht vraagt voor kwetsbare mensen.

De stad als hittevanger

Vooral in steden loopt de temperatuur hoog op. Steen en asfalt houden de warmte vast, waardoor het er 's nachts nauwelijks afkoelt: het zogenoemde hitte-eilandeffect. Gemeenten proberen dat tegen te gaan met meer groen, zoals bomen, groene daken en geveltuinen, en met water in de stad dat voor verkoeling zorgt. Ook bij nieuwbouw wordt hitte een steeds belangrijker aandachtspunt: woningen moeten niet alleen goed geïsoleerd zijn tegen de kou, maar ook koel blijven in de zomer.

Aanpassen op meerdere fronten

De veranderingen reiken verder dan de openbare ruimte. Werkgevers wordt aangeraden om bij hitte flexibel te zijn, bijvoorbeeld door werktijden te vervroegen of zwaar buitenwerk stil te leggen. Sommige gemeenten openen bij extreme hitte koele plekken waar mensen even kunnen afkoelen. De boodschap van deskundigen is tweeledig: zomers met veertig graden zijn niet meer helemaal te voorkomen, maar hoe goed Nederland zich aanpast, bepaalt wel hoeveel overlast en gezondheidsschade die hitte veroorzaakt.