Jarenlang kwamen er in Nederland gestaag meer vrouwelijke wethouders bij, maar die opmars is nu tot stilstand gekomen. Landelijk is ongeveer 28 procent van de wethouders vrouw, ongeveer evenveel als vier jaar geleden, meldt de NOS. De grens van dertig procent, laat staan een gelijke verdeling, blijft daarmee voorlopig buiten bereik.

Groei eruit

De stagnatie valt op tegen de achtergrond van eerdere vooruitgang. Rond 2010 was nog maar een op de vijf wethouders vrouw; in de jaren daarna liep dat aandeel op tot ruim een kwart. Die stijgende lijn is er nu uit: bij de vorming van de nieuwe colleges bleef het percentage vrouwen vrijwel gelijk aan de vorige bestuursperiode.

Grote verschillen tussen regio's

Het landelijke gemiddelde verhult forse regionale verschillen. In sommige provincies zitten er relatief veel vrouwen in de colleges van burgemeester en wethouders, terwijl andere ver achterblijven. Zeeland springt er in negatieve zin uit: daar is slechts ongeveer een op de zes wethouders vrouw.

Ook is er nog altijd een flink aantal gemeenten waar helemaal geen vrouw in het college zit. Zulke volledig mannelijke besturen zijn er nog tientallen, terwijl colleges die juist volledig uit vrouwen bestaan op de vingers van één hand te tellen zijn.

Waarom het stokt

Voor de stagnatie worden verschillende verklaringen genoemd. Een belangrijke is dat de weg naar het wethouderschap vaak via informele netwerken loopt: de functie wordt zelden openlijk geworven, waardoor kandidaten eerder uit bestaande, vaak mannelijke, kringen komen. Ook spelen de zwaarte van het ambt en de toegenomen agressie en intimidatie tegen bestuurders een rol; vrouwen krijgen daarbij naar verhouding vaak met persoonlijke, online bedreigingen te maken, wat afschrikt.

De koepelorganisatie van gemeenten, de VNG, pleit voor meer tempo en concrete maatregelen om de scheefheid recht te trekken. Het gaat de organisatie niet alleen om eerlijkheid, maar ook om de legitimiteit van het lokale bestuur: een gemeenteraad en college die de bevolking vertegenwoordigen, zouden ook in samenstelling een afspiegeling van die bevolking moeten zijn.