Bij de herdenking van de Herculesramp, precies dertig jaar geleden, hebben de gemeente Eindhoven en het ministerie van Defensie hun excuses aangeboden. Niet zozeer voor de ramp zelf, maar voor de manier waarop daarna met nabestaanden en hulpverleners is omgegaan, meldt NU.nl.

Wat er in 1996 gebeurde

Op 15 juli 1996 verongelukte een Belgisch militair transportvliegtuig van het type C-130 Hercules bij een landing op vliegbasis Eindhoven. Aan boord waren leden van een militair fanfarekorps die terugkeerden van een optreden. Het toestel raakte bij de landing een grote zwerm vogels, waardoor motoren beschadigd raakten en een doorstart mislukte. Het vliegtuig kwam neer en vloog in brand.

Bij de ramp kwamen 34 mensen om het leven. Een pijnlijk detail is dat veel inzittenden de crash zelf overleefden, maar omkwamen doordat de redding te traag op gang kwam, zo bleek later uit onderzoek dat de NOS beschreef. Door miscommunicatie wisten de hulpdiensten aanvankelijk niet dat er tientallen passagiers in het toestel zaten.

Waarvoor nu excuses

De excuses richten zich op die nasleep. Nabestaanden voelden zich onvoldoende gehoord en gesteund, en hulpverleners die bij de ramp betrokken waren, kregen destijds te weinig aandacht voor de zware psychische gevolgen. Sommigen kampen daar tot op de dag van vandaag mee. Ook het feit dat betrokkenen lange tijd niet vrijuit over de ramp mochten praten, drukte zwaar.

Namens de organisaties werd spijt betuigd over het gebrek aan openheid, steun en erkenning in de jaren na de ramp. Bij de herdenking stond dit jaar nadrukkelijk ook de ervaring van de hulpverleners centraal.

Late erkenning

Dat de excuses pas na dertig jaar komen, tekent hoe lang deze pijn is blijven bestaan. Voor veel nabestaanden en betrokkenen is erkenning van wat er misging in de omgang met hen minstens zo belangrijk als de vraag naar de technische oorzaak van de ramp. Met de verontschuldigingen op de dertigste herdenkingsdag proberen de gemeente en Defensie die erkenning alsnog te geven.