Bij een grote brand valt al snel het woord 'pyromaan'. Toch is dat label meestal onterecht, want echte pyromanie is uitzonderlijk zeldzaam. De meeste brandstichters hebben een heel ander, vaak veel alledaagser motief. Forensisch deskundigen maken daarom een scherp onderscheid tussen de zeldzame stoornis en de veel bredere groep mensen die om andere redenen brand sticht, schrijft onder meer de VRT.
Wat is pyromanie precies?
Pyromanie is in de psychiatrie een aparte, nauw omschreven aandoening: een impulscontrolestoornis. Kenmerkend is dat iemand herhaaldelijk en doelbewust brand sticht, waarbij een oplopende spanning of opwinding aan de daad voorafgaat en er daarna een gevoel van opluchting of voldoening volgt. De brand is dus geen middel om iets anders te bereiken, maar een uitweg voor die innerlijke spanning.
Cruciaal in de definitie is wat pyromanie juist niet is. Wie brand sticht voor geld (bijvoorbeeld verzekeringsfraude), uit wraak, om sporen van een misdrijf te wissen of vanuit een politieke overtuiging, valt er per definitie buiten. Precies daarom houden maar heel weinig echte gevallen stand: de meeste brandstichting kent een concreet, extern doel.
De echte motieven achter brandstichting
Als het zelden om pyromanie gaat, waarom steken mensen dan brand? Onderzoek naar brandstichters, waaronder een studie van Bureau Beke naar seriebrandstichters, laat een reeks motieven zien die elkaar soms overlappen.
Vaak genoemd wordt wraak of woede: brand als middel om iemand te treffen of om opgekropte frustratie te ontladen. Daarnaast speelt de behoefte aan aandacht en erkenning, soms bij mensen die zich onbetekenend voelen; een enkeling steekt zelfs brand om vervolgens als 'held' te kunnen helpen blussen. Een derde groep zoekt vooral de spanning en de kick, de opwinding van het vuur en de chaos die het veroorzaakt. En tot slot is er verveling of fascinatie, waarbij nieuwsgierigheid naar vuur uit de hand loopt, iets wat vaker bij jongeren voorkomt.
Vaak een teken van iets anders
Brandstichting staat bovendien zelden op zichzelf. Bij daders worden regelmatig andere problemen aangetroffen, van psychische stoornissen en verslaving tot een moeilijke sociale situatie. Het vuur is dan eerder een symptoom van onderliggende nood dan een op zichzelf staande 'vuurzucht'.
Dat maakt de conclusie van deskundigen genuanceerd: lang niet elke brand is het werk van een gestoorde geest, en lang niet elke brandstichter is een pyromaan. De motieven zijn menselijker en gevarieerder dan het beeld van de mysterieuze pyromaan doet vermoeden, wat niet wegneemt dat de gevolgen van brandstichting bijzonder ernstig kunnen zijn.



