Geheugen liet de oud-minister in de steek
De parlementaire enquêtecommissie Corona ondervroeg oud-minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) over een van de meest bekritiseerde maatregelen uit de coronacrisis: het sluiten van de scholen tijdens de tweede lockdown van december 2020. Toen de commissie doorvroeg naar de precieze afweging achter dat besluit, moest Van Engelshoven het antwoord schuldig blijven. Volgens de NOS zei ze de afweging zich "niet meer precies" te kunnen herinneren.
Na aandringen kwam ze tot een hoofdlijn: het doorslaggevende argument zou zijn geweest dat het aantal reisbewegingen in de samenleving omlaag moest. Door scholen te sluiten zouden ook ouders meer thuisblijven, al was dat laatste volgens haar niet het beslissende argument.
Irritatie bij de commissie
De onzekerheid van de oud-bewindsvrouw viel niet goed bij de commissie. Een commissielid wees Van Engelshoven erop dat zij ruim van tevoren wist dat dit onderwerp aan bod zou komen; twee maanden eerder was haar al gemeld dat de tweede sluiting van de scholen behandeld zou worden — en toch ontbrak de onderbouwing.
Het OMT wilde scholen juist openhouden
De gevoeligheid zit in de onderbouwing. Het Outbreak Management Team (OMT) adviseerde eind 2020 om eerst andere maatregelen te nemen voordat het onderwijs op slot zou gaan. Met andere woorden: het sluiten van de scholen was níet het advies van de belangrijkste medische adviseurs. Het kabinet koos toch voor sluiting, als onderdeel van een brede lockdown.
Die spanning werd in dezelfde verhoorweek onderstreept door kinderarts en OMT-lid Károly Illy. Volgens hem verspreiden kinderen het virus weliswaar, maar worden zij er zelden ernstig ziek van. Het beeld dat kinderen geen grote aanjagers van de epidemie waren, maakt de keuze om juist hen te treffen achteraf des te omstredener. Van Engelshoven erkende zelf dat de advisering uit balans was. Het OMT was naar haar zeggen "in de advisering vrij dominant", terwijl welzijn en mentale aspecten naar verhouding minder zwaar meewogen.
Zorgen over leerlingen en welzijn
De gevolgen van de schoolsluitingen vormen een rode draad in deze fase van de enquête. Leerachterstanden, een dunner sociaal vangnet en druk op de mentale gezondheid van kinderen en jongeren staan centraal. Van Engelshoven benadrukte dat zij destijds onlinelessen bijwoonde om leerlingen te vragen hoe het met hen ging, en dat ze probeerde hun leed te verzachten.
De context van de enquête
De ondervraging maakt deel uit van de vierde verhoorweek van de parlementaire enquêtecommissie Corona, die in het teken staat van het onderwijs en de gevolgen voor kinderen en jongeren. In dezelfde week worden onder anderen de Kinderombudsman en — op vrijdag 26 juni — oud-minister Arie Slob gehoord, die destijds verantwoordelijk was voor het primair en voortgezet onderwijs. De commissie onderzoekt of en hoe de belangen van kinderen zijn meegewogen bij de besluiten om het onderwijs te sluiten.



