De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft in het parlement zijn regering verdedigd tegen een reeks corruptiezaken die zijn socialistische partij PSOE, zijn coalitie en zelfs zijn naaste familie raken. "Ik heb nooit van deze praktijken geweten en zou ze ook nooit hebben getolereerd", zei hij volgens Euronews. Tegelijk haalde hij uit naar zijn tegenstanders, die volgens hem proberen burgers te verwarren door uiteenlopende kwesties op één hoop te gooien.

Waar het schandaal om draait

De kern van de affaire is de zogeheten Koldo-zaak, genoemd naar Koldo García, oud-medewerker van voormalig minister van Transport José Luis Ábalos. Het Spaanse Hooggerechtshof veroordeelde Ábalos deze week tot een lange celstraf in deze zaak, die draait om onregelmatigheden bij overheidsopdrachten, onder meer voor coronamateriaal. Het onderzoek wijst op steekpenningen in ruil voor het gunnen van openbare werken.

Een tweede spil is Santos Cerdán, lange tijd Sánchez' rechterhand en organisatiesecretaris van de PSOE. Cerdán werd in 2025 in voorlopige hechtenis genomen nadat onderzoekers hem in verband brachten met het regelen van illegale commissies. Volgens een politierapport zou het gaan om afspraken over honderdduizenden euro's aan onwettige betalingen, blijkt uit verslaggeving van Catalan News. Cerdán wordt verdacht van onder meer lidmaatschap van een criminele organisatie, beïnvloeding en omkoping. Hij ontkent elke schuld, net als Ábalos en García.

Waarom Sánchez zelf onder druk staat

Sánchez is voor zover bekend zelf niet aangeklaagd. Toch komt hij in het nauw doordat het om enkele van zijn meest vertrouwde medewerkers gaat. Daarbovenop lopen er aparte onderzoeken naar zijn echtgenote Begoña Gómez, die wordt verdacht van belangenverstrengeling, en naar zijn broer David Sánchez. De premier noemt die zaken ongefundeerde beschuldigingen gericht op zijn naasten. Het zijn vooralsnog beschuldigingen, geen veroordelingen.

Eerder bood Sánchez publiekelijk zijn excuses aan na de val van Cerdán. Hij liet een externe audit van de partijfinanciën uitvoeren en kondigde een herschikking van de partijtop aan. Vervroegde verkiezingen sloot hij nadrukkelijk uit: er komen volgens hem geen verkiezingen tot 2027.

Sneer naar de media

In het parlement klaagde Sánchez dat het publieke debat "is overspoeld met gerechtelijk nieuws" en suggereerde hij dat dit bewust wordt gevoed om kiezers te misleiden. De premier en zijn entourage hekelen al langer wat zij een 'moddermachine' van pers en tegenstanders noemen. Op de vraag hoe lang zijn kabinet nog doorgaat, antwoordde hij strijdbaar dat de vraag niet is hoe lang ze doorgaan, maar hoe ze zouden kunnen stoppen.

Oppositie eist aftreden

Oppositieleider Alberto Núñez Feijóo van de conservatieve PP eist het vertrek van Sánchez en houdt hem de volledige politieke verantwoordelijkheid voor. Feijóo wil een motie van wantrouwen indienen, maar daarvoor is steun van regionale en nationalistische partijen nodig die er tot nu toe niet is. Ook coalitiepartner Sumar reageerde opvallend terughoudend op het betoog van Sánchez, wat wijst op spanning binnen de linkse coalitie. Voorlopig blijft Sánchez aan en houdt hij vast aan zijn koers richting de geplande verkiezingen van 2027.